De Gestolen Schat
Dit verhaal heb ik geschreven voor een cursus Korte Verhalen Schrijven.
Boris schuifelde met zijn voeten terwijl hij met zijn kin op zijn borst achter de bewaker aan liep. Ook Vanessa, zijn jongere zus, liet haar hoofd hangen terwijl ze door een gang naar een enorme houten deur van hun cel gebracht werden.
De reusachtige bewaker opende de deur en beval de twee gevangenen in bed te gaan liggen. Toen pakte ze een dik boek vol magische spreuken, ging op een kruk zitten en begon de betovering.
Het duurde niet lang voordat Vanessa’s ogen dichtvielen door de zangerige klanken, maar Boris trok de deken over zijn hoofd en stak zijn vingers in zijn oren. Als hij de schat in handen wilde krijgen, mocht hij zich niet overgeven aan de betovering van de bewaker.
Na een tijdje stopte het gezang en hoorde Boris de bewaker het boek dichtklappen. Boris haalde zijn vingers uit zijn oren en hoorde haar zachte voetstappen naar het bed gaan waar zijn in trance gezongen zus lag. De reuzin stond even stil en kwam toen naar Boris toe. Snel kneep hij zijn ogen dicht. Hij voelde dat ze de deken van zijn gezicht tilde. Zou ze geloven dat ook hij in trance was? Hij ontspande zijn gezicht en bleef bewegingloos liggen. Hij haalde rustig en diep adem.
Even gebeurde er niets.
Toen legde de bewaker de deken voorzichtig weer neer en ze liep de cel uit. Ze was erin getrapt! Boris wachtte tot hij de deur dicht hoorde gaan en gluurde toen over deken. Was ze weg?
Hij stond op en sloop op zijn tenen naar het andere bed.
‘Vanessa,’ fluisterde hij tegen zijn zus, die met gesloten ogen bewegingloos op het bed lag. Hoe kon hij haar wakker maken uit haar trance zonder dat de bewakers het hoorden?
Zachtjes schudde hij aan haar arm.
‘Vanessa, word wakker.’ Hij mocht niet hard praten, want dan zou de bewaker beseffen dat hij zich effectief had verzet tegen de trance en er alles aan doen om hem alsnog in een diepe slaap te krijgen. Dan zou hij de gouden munten nooit te pakken krijgen.
Toen ze niet reageerde, schudde hij nog eens aan haar arm. ‘Vanessa.’
Nu gingen haar ogen een stukje open. ‘Hè? Wat? Boris?’
Boris keek haar met grote, schitterende ogen aan. ‘Laten we de schat gaan halen.’
‘Hoe dan?’ vroeg Vanessa. Ze ging zitten en wreef in haar ogen. ‘De bewakers zijn beneden.’
Boris hield een vinger voor zijn lippen. ‘We moeten heel stil zijn. Kom.’
Even trok Vanessa een denkrimpel in haar voorhoofd en ze tuitte haar lippen, maar toen verscheen er een glimlach op haar gezicht.
‘Goed dan,’ zei ze. Ze stond op en liep met Boris mee naar de deur.
De enorme, houten deur zat niet op slot, maar omdat hij groot genoeg was voor de reusachtige bewakers, moesten Boris en Vanessa samen hard trekken om hem open te krijgen.
Het lukte! Het kraakte wel een beetje, maar er klonk geen beweging onder aan de berg, dus blijkbaar hadden de reuzen het niet gehoord.
‘Ssst.’ Boris hield zijn vinger voor zijn lippen terwijl hij voor zijn zus uit door de gang liep. Om bij de kluis te komen, moesten ze een steile helling af, en dat natuurlijk zonder dat de bewakers hen hoorden. Dat zou niet meevallen.
Boris hield zich vast aan een richel boven zijn hoofd terwijl hij zijn voeten voorzichtig op de helling neerzette. Hij mocht niet struikelen in het donker en er mochten geen losse stenen gaan rollen.
‘Kom maar,’ zei hij en hij wenkte Vanessa, die achter hem aan sloop.
Langzaam kropen ze de berg af, waarbij ze zich waar mogelijk vasthielden aan de hoge richel. Boris voelde zijn hart in zijn keel kloppen. Zijn handen trilden een beetje en zijn adem klonk zwaarder. Elk geluidje kon de bewakers alarmeren. Elke beweging kon hem verraden.
Aan de voet van de berg zag Boris dat de deur naar de ruimte waar de bewakers zaten open stond. Hij hoopte maar dat zij genoeg afgeleid waren door de drank en het eten.
‘Pas op,’ fluisterde Vanessa plotseling achter hem. Boris keek op en zijn hart sloeg een slag over toen hij in het donker een enorme schaduw op zich af zag komen.
Het Beest!
In het weinige maanlicht dat tot in deze donkere krochten wist door te dringen, zag Boris alleen de spierwitte, messcherpe tanden glimmen. De rest van het Beest was een donkere schaduw. Hij liet zich een stukje door zijn knieën zakken en stak zijn handen uit naar het Beest, dat in het donker snuffelde, op zoek naar indringers.
‘Stil maar,’ zei hij zacht tegen het monster. ‘Wij zijn het maar.’
Op dat moment greep Vanessa hem bij zijn mouw en trok hem terug de berg op. Ze was net op tijd, want het Beest opende zijn muil en liet een luide kreet horen.
‘Terug!’ Zo snel ze konden krabbelden Boris en Vanessa terug de berg op en ze kropen net de bocht om zodat de bewakers hun hopelijk niet konden zien.
En ja, hoor. De deur ging open en de bewaker kwam de gang in. Ze keek even kort om zich heen, beval het Beest stil te zijn en liep terug naar de ruimte waarin ze met de andere bewaker aan het eten en drinken was. Het Beest volgde haar.
Buiten adem wachtten Boris en Vanessa even, en toen ze zeker wisten dat de reuzen en het Beest weg bleven, slopen ze de helling weer af. Daar, in de ruimte naast die van de bewakers, was de kluis met de gouden munten. Daar was hun schat.
Op hun tenen slopen ze naar de kluis en Vanessa probeerde hem open te maken. Nee, dat lukte natuurlijk niet. De deur zat op slot.
‘We hebben een wapen nodig,’ fluisterde ze. Boris wist wel waar ze dat konden vinden.
Voorzichtig. Stil. Ze mochten geen geluid maken. Ze zetten hun voeten voorzichtig neer op de plekken waar de vloer niet kraakte en wisten zo het wapenarsenaal te bereiken.
‘Daar.’ Vanessa opende een kast en haalde daar een lang zwaard uit. ‘Hiermee moet het lukken.’
Met het enorme wapen in haar handen sloop ze terug naar de kluis. Voorzichtig duwde ze het zwaard in de nauwe ruimte naast de kluisdeur en na wat wurmen ging de deur met een luide klik open.
O, nee! Boris en Vanessa hielden hun adem in toen ze voetstappen hoorden in de kamer naast die van de kluis. De bewakers hadden het gehoord!
De voetstappen kwamen hun kant op. Ze waren erbij! Konden ze zich ergens verstoppen? Waar dan? Snel keek Boris om zich heen, maar het was te donker om een goede verstopplek te vinden.
‘Hier.’ Vanessa trok hem mee in de schaduw tussen de kluis en de muur, hopend dat de bewakers hun hier niet konden zien.
Plotseling doemde de donkere schaduw van een van de bewakers op in de deuropening. De broer en zus kropen zo ver mogelijk weg in de ruimte tussen de kluis en de muur, maar het was te laat.
‘Had ik jullie niet gezegd in de cel te blijven?’ De reusachtige bewaker stampte de kamer in, smeet de kluisdeur met een zwaai dicht en trok Boris en Vanessa bij de kluis vandaan. Ze sleurde hen de berg op.
Opnieuw schuifelde Boris met zijn voeten terwijl hij met zijn kin op zijn borst naar zijn cel liep. Opnieuw liet Vanessa haar hoofd hangen onderweg naar het bed waartoe ze veroordeeld was.
‘Slapen,’ beval de bewaker. Ze tilde de deken op en Vanessa kroop gehoorzaam in het bed.
Boris slaakte een diepe zucht en stapte in zijn eigen bed. Daar kwam de bewaker op hem af. Ze zette haar handen in haar zij, boog zich voorover en schudde haar hoofd. Toen liep ze zonder iets te zeggen weg.
Opnieuw wachtte Boris tot ze langs de helling naar beneden was gegaan om verder te eten en drinken met de tweede bewaker. Toen glipte hij weer uit bed en liep naar het bed van Vanessa.
‘Vanessa,’ zei hij zacht. Hij klikte het bedlampje aan en haalde met een grijns zijn hand achter zijn rug vandaan. ‘Mama zag niet dat ik ze pakte.’
Vanessa’s gezicht ging stralen toen ze de glimmende gouden munten zag. Ze pakte er een, peuterde de gouden laag eraf en stopte de chocola in haar mond.
Giechelend snoepten de twee fantasievolle kleuters van hun gestolen schat.
Wat een avontuur!