Ravijn: hoofdstuk 9 - kom terug
Ravijn voelde haar hart in haar keel kloppen terwijl ze naar het raam aan de overkant van de straat staarde. Ze zag Nevel bij het hoofdeinde van Toermalijns bed knielen en voorzichtig haar hand uitsteken naar de rode vlechten op het kussen. Ravijn kon vanaf het balkon aan de overkant van de straat niet zien wat Nevel deed, maar ze wist dat ze de kraal uit zijn vlecht haalde.
De kraal met Ravijns geheugen.
Ravijns hand ging naar haar hoofd. Ze kon zich haar wereld herinneren en toen Ivy de namen van haar broers had genoemd, waren die haar bekend voorgekomen, maar dat was het. De jaren die ze geleefd had, waren als een boek dat Ivy op de een of andere manier wel kon lezen, maar voor haarzelf gesloten bleef. Als Toermalijn niet wakker werd, zou daar straks verandering in komen.
Ze hoorde de kleine, blonde Ivy naast haar zachtjes ‘kom op, schiet op’ fluisteren terwijl Nevel de kraal voorzichtig uit Toermalijns haren vlocht.
Het leek wel uren te duren.
Maar toen kwam ze langzaam overeind.
‘Hier ermee,’ fluisterde Ivy zacht in het donker. ‘Kom hier met die kraal.’
Blijkbaar vertrouwde Ivy de andere vrouw uit de andere wereld nog steeds niet helemaal.
Nevel stapte bij het bed vandaan en stak zonder haar blik van het bed te halen een duim op naar het raam.
‘Het is gelukt,’ fluisterde Ivy opgewonden.
Ja, Ravijns geheugen zou terugkomen!
Ze stonden op en liepen zonder geluid te maken de trap af. Toen ze weer buiten stonden, kwam Nevel de straat over gelopen.
‘Gelukt,’ meldde ze.
Terwijl Ravijn de helderblauwe kraal met grijze vlekjes aanpakte en van alle kanten bekeek, vroeg Ivy: ‘Waar is Roy?’
‘Niets laten merken, doorlopen,’ zei Nevel plotseling. Ze trok Ravijn een stukje mee. ‘Doe alsof we op weg naar huis zijn na een feestje.’
Ravijn probeerde zo nonchalant mogelijk door de straten te lopen en niet te kijken naar de man in zwarte kleding, die met een woedend gezicht naar de deur liep om daar weer op wacht te gaan staan. Wat zou er gebeurd zijn?
‘Zo, net op tijd,’ fluisterde Ravijn.
‘Zeker,’ antwoordde Nevel.
‘Maar waar is Roy?’ vroeg Ivy bezorgd.
‘Kom, we moeten hier weg,’ besloot Nevel.
Ze had gelijk, maar Ravijn begon zich ook ernstig zorgen te maken. Was de bewaker zo chagrijnig omdat hij Roy niet te pakken had gekregen? Ze hoopte het maar.
Ze durfden niet te roepen, maar zeiden onderweg naar Ivy’s huis af en toe zijn naam.
‘Roy?’
‘Roy?’
‘Ben je daar, Roy?’
Maar niemand reageerde.
‘Wat moeten we doen?’ vroeg Ivy. ‘We kunnen hem niet in de steek laten.’
‘Ik verwacht dat hij naar jouw huis zal gaan,’ zei Nevel. ‘Laten we er maar van uitgaan dat hij daar is.’
Toen ze bij Ivy’s huis kwamen, was er echter niemand te zien.
‘Ravijns geheugen moet eerst terug,’ besloot Nevel. ‘Laten we nu naar binnen gaan en eerst de kraal breken.’
Ravijn besefte dat Nevel gelijk had. Daarom liepen ze alle drie het huis in, waar Nevel vertelde: ‘Ravijn, jij moet de kraal breken, want alleen als dan zal je geheugen naar jou terugkeren.’
Ravijn knikte en vroeg zich af welke verhalen er allemaal terug zouden komen. Was alles echt zo gegaan als in Ivy’s boeken? Of waren de verhalen toch gedeeltelijk door de schrijver zelf bedacht?
Ze pakte de helderblauwe kraal in haar hand. Hij voelde stevig aan. Zou het haar lukken hem te breken? Met twee handen zette ze kracht en de ronde kraal brak doormiddel alsof het niet dikker was dan de schaal van een ei.
Ravijns lichaam begon te trillen. Ze voelde een kracht uit de kraal naar haar hoofd vloeien.
Toen leek er een gordijn in haar gedachten opzij te schuiven en plotseling werd ze overspoeld door herinneringen.
Haar jeugd met haar vader en moeder, en haar broers, Mist en Arend.
Het ravijn waarbij ze woonden en waarnaar ze vernoemd was.
De boerderij van haar ouders.
De marktkraam van haar vader waarin ze meehielp als ze niet op missie was.
Saffier-Stoom, het hoofd van het Hof, die haar officieel haar eerste opdracht gaf als probleemoplosser.
De verdwijning van koning Storm-Wolf.
Toermalijns aanval toen ze had ontdekt dat hij achter die verdwijning zat en van plan was de koning te vermoorden.
‘Ik weet het weer!’ Ze schrok zelf van haar plotselinge uitbarsting. ‘Wat een bevrijding!’ Ze greep naar haar hoofd. ‘Ik weet het weer!’ Ravijn omhelsde Nevel. ‘Dank je wel, Nevel. Hoe kan ik je ooit bedanken? Je hebt geen idee hoe verschrikkelijk het is om je niets te kunnen herinneren.’
‘Is alles weer terug?’ vroeg Ivy. ‘Klopt het wat ik over je heb geschreven?’
Ravijn liet Nevel los en legde haar handen op Ivy’s schouders. ‘Alles. Alles klopt. Jij bent een inter. Je bent echt bij me geweest in mijn wereld.’
Opgetogen liet ze zich op de bank vallen, denkend aan alle dingen die ze net nog vergeten was.
‘Het Kroonjuweel,’ onderbrak Nevel haar hervonden herinneringen.
‘Wat?’
‘We moeten in het Kroonjuweel kijken waar koning Storm-Wolf is.’
‘Je hebt gelijk.’ Terwijl de herinneringen aan missies die ze voor het Hof had uitgevoerd door haar hoofd schoten, zocht Ravijn naar het juweel, maar al snel besefte ze dat het in Roys tas zat.
En Roy was nooit bij Ivy’s huis aangekomen.