Ravijn: hoofdstuk 7 - hoe loopt het af?
Ravijn luisterde aandachtig naar het verhaal dat Ivy had geschreven.
‘Dus ik had ontdekt dat Toermalijn achter de verdwijning van koning Storm-Wolf zit, en toen heeft hij mijn geheugen afgepakt en me naar deze wereld gestuurd,’ zei ze.
‘Daar lijkt het wel op,’ zei Roy. ‘Zouden we dat kunnen terughalen?’
‘Ik ben ervan overtuigd dat het een mogelijkheid is,’ zei Nevel. Ze zat nog steeds in kleermakerszit tegenover de bank waarop Ivy, Ravijn en Roy zaten. Blijkbaar zat ze graag op de grond. ‘Als hij het bewaart in een kraal, zou je het daar ook weer uit moeten kunnen halen. Maar eerst ben ik heel erg benieuwd hoe het verhaal verdergaat. Ivy?’
Ivy knikte en las verder:
Toen Toermalijn met Ravijn had afgerekend en de kraal met haar geheugen in zijn haar had gevlochten, liep hij terug naar het kasteel. Hij moest het Kroonjuweel ta pakken zien te krijgen, anders zou hij Storm-Wolf nooit kunnen vinden. De koning leefde tenslotte al maanden in de andere wereld, dus Toermalijn zou hem zonder het juweel nooit kunnen vinden.
Maar hoe kon hij het streng bewaakte juweel te pakken krijgen? Hij moest een list verzinnen.
Huilend van verdriet kwam Toermalijn aan in het kasteel. Daar vroeg hij snikkend of hij het hoofd van het Hof kon spreken. Uiteraard werd hij, als gerespecteerd lid van de koninklijke familie, meteen binnengelaten.
‘Het is toch verschrikkelijk, Saffier-Stoom?’ vroeg hij nadat hij zijn neus had gesnoten en op een stoel tegenover de oude leider van het Hof was gaan zitten. Hij schudde zijn hoofd en snikte nog eens. ‘Die arme oom Storm-Wolf. Hij moet wel ontvoerd zijn. Of misschien is hij verdwaald. Wat moet dat vreselijk voor hem zijn. De arme, arme man.’
Het kale, bolle hoofd van Saffier-Stoom bewoog op en neer terwijl hij zwijgend knikte.
‘Wat doen jullie eraan?’ vroeg Toermalijn. Hij veegde de tranen uit zijn ogen en keek de oude man tegenover zich aan.
Saffier-Stoom was al tientallen jaren hoofd van het Hof en werd bijzonder gewaardeerd in de koninklijke familie. Zijn enige zwakte was zijn empathische aard, waar de listige Toermalijn maar al te graag gebruik van maakte.
‘Het is een bijzonder ellendige toestand, Toermalijn,’ antwoordde Saffier. ‘De probleemoplossers zetten alles op alles om hem te vinden, maar we hebben geen idee waar we hem moeten zoeken.’
Snikkend schudde Toermalijn zijn hoofd. ‘Wie zou dit op zijn geweten hebben?’ Hij deed alsof hij diep nadacht. ‘Zou het woestijnvolk uit het oosten hierachter zitten?’ vroeg hij toen zacht. ‘Zij komen tenslotte vaak in de stad. Misschien willen ze de schatten uit het kasteel in handen krijgen.’
‘Ach, Toermalijn,’ antwoordde het hoofd van het Hof, ‘we leven al zo lang in vrede met het woestijnvolk. Als ze hier komen, doen ze goede zaken. De koopwaar die ze meebrengen is erg geliefd. Waarom zouden zij ons ineens vijandig gezind zijn?’
‘Je weet het nooit, Saffier,’ zei Toermalijn. ‘Mensen hebben nooit genoeg rijkdom.’
‘Nee, ik kan niet geloven dat het woestijnvolk erachter zit.’ Saffier schudde zijn oude, bolle hoofd.
‘Laat mij op reis gaan,’ stelde Toermalijn toen slinks voor. ‘Laat mij afreizen naar de woestijn om koning Storm-Wolf te vinden. Ik weet het zeker. Ik voel gewoon dat hij daar is.’
Saffier spreidde zijn armen. ‘Hoe zou u dat willen doen? Hoe zou u een man kunnen vinden in die enorme, uitgestrekte woestijn? En waarom zouden ze de koning maandenlang vasthouden?’
‘Toch wil ik ernaartoe,’ zei Toermalijn vastberaden. ‘Geef mij het Kroonjuweel, dan kan ik hem opsporen.’
‘Dat zal helaas niet gaan.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat een van de probleemoplossers het juweel heeft meegekregen.’
‘Wat?’ Toermalijn probeerde zijn woede niet naar buiten te laten komen. Kalm en beheerst vroeg hij: ‘Welke probleemoplosser?’
‘Ravijn,’ antwoordde Saffier.
Toermalijns vingernagels krasten in de houten tafel toen hij besefte wat hij gedaan had.
‘Meer heb ik niet,’ zei Ivy. Ze haalde haar schouders op. ‘Sorry.’
‘Helemaal niet,’ zei Roy. ‘Nu weten we in elk geval wat er gebeurd is.’
‘Maar hoe kunnen we zeker weten dat dit echt waar is?’ vroeg Ivy. ‘Ik heb het allemaal zelf bedacht.’
‘Ik denk van niet,’ antwoordde Roy. ‘In je boeken heb je geschreven over mensen die naar andere werelden kunnen reizen.’
‘Inters,’ zei Ivy knikkend.
‘Weet je wat ik denk?’ vroeg Roy terwijl hij een arm om haar schouders legde. Toen fluisterde hij: ‘Je bent een inter, lieverd.’
Even was het stil.
‘Zeg me niet dat je daar nog niet opgekomen was,’ zei Roy toen. Hij wreef de nog steeds zwijgende Ivy over haar arm. ‘Er is gewoon geen andere verklaring voor. Ivy, schat, je bent een inter. Je kunt naar een andere wereld reizen. Hoe cool is dat?’
De kleine, blonde vrouw keek hem aarzelend aan en beet op haar lip. Toen zette ze haar bril af en bestudeerde het frame.
‘Ik denk dat Roy gelijk heeft,’ zei Ravijn zacht.
Toen Ivy opkeek, zag Ravijn de twijfel in haar ogen en dat begreep ze ook wel. Het kon niet makkelijk zijn te accepteren als je fantasie ineens werkelijkheid bleek te zijn.
‘Ik ben daar nooit geweest,’ zei Ivy zacht tegen Roy. ‘Ik kan over de andere wereld fantaseren waar andere mensen bij zijn. Als ik naar de andere wereld vertrokken was, zou iemand dat toch gezien moeten hebben?’
‘Misschien reizen alleen je gedachten naar de andere wereld,’ merkte Nevel op. ‘Ik heb geen idee of dat mogelijk is, maar als je nooit fysiek bent verdwenen, maar wel aan het dagdromen was, ben je wellicht alleen met je gedachten naar onze wereld gereisd.’
Ivy keek haar even aan en zei toen: ‘Ik kan het gewoon niet geloven. Het… het lijkt er wel op… maar het kan gewoon niet.’
Ravijn keek naar het ding op Ivy’s schoot, dat een ‘laptop’ bleek te heten.
‘Hoe loopt het af?’ vroeg ze.
‘Dat weet ik nog niet,’ moest Ivy toegeven.
‘Ik vrees,’ zei Ravijn toen, ‘dat dat van ons afhangt.’