Ravijn: hoofdstuk 3 - het Kroonjuweel

Roy had de deur op slot gedaan en samen hadden ze afgewacht. Roy had tussen de gordijnen door gegluurd en gezien hoe de donkere gedaante even voor de deur bleef staan en toen doorliep. Toen waren ze maar gaan slapen, Roy in zijn eigen bed en Ravijn op de bank.

De volgende ochtend keek Ravijn haar ogen uit in het huis terwijl Roy haar uitlegde wat een televisie, oven, koelkast en blender waren. Nadat hij iets voor haar had gemaakt dat hij een ‘smoothie’ noemde, gingen ze samen op de bank zitten.

Hij leek haar nog steeds niet te geloven.

‘Als je Ravijn bent en uit een andere wereld komt, hoe heb je dan Nederlands geleerd?’ vroeg hij.

‘Nederlands?’

‘Ja, zo heet de taal die je nu praat.’

‘Je bedoelt mensentaal.’

Roy keek haar aan met een wantrouwige blik. ‘Mensen spreken verschillende talen, schatje,’ vertelde hij. ‘In Nederland spreken we Nederlands. Ik geloof nooit dat mensen in een andere wereld ook Nederlands praten.’

‘Ik spreek gewoon mensentaal, zoals iedereen.’

‘Die man die je gisteravond bijna aanreed in zijn auto,’ probeerde Roy te verduidelijken. ‘Verstond je hem?’

‘Ja, hij noemde me een idioot.’

Weer die wantrouwige blik. ‘Hij riep iets in het Arabisch ofzo. Het was zeker geen Nederlands.’

Ravijn haalde haar schouders op. ‘Hij sprak mensentaal. Verstond jij hem dan niet?’

Roy schudde zijn hoofd en gaf het maar op. Hij snufte. ‘Ruik jij ook iets?’

‘Nu je het zegt…’ Ravijn snuffelde als een konijn om zich heen. ‘Ik ruik inderdaad een vreemde lucht.’

‘Het is een soort zure, dierlijke geur.’

‘Ja, precies. Ik ken het ergens van,’ zei Ravijn diep nadenkend over wat die geur betekende. Ze kwam er echter niet op.

‘Wat heb je in je tasje zitten, lieverd?’ vroeg Roy toen. ‘Toch niet iets dat zo stinkt? Heb je misschien een identiteitsbewijs? Een rijbewijs misschien of een bankpas?’

Ravijn pakte haar tas en keek erin. Ze vond niets dat zo vies rook, maar wel een mes, een buidel met gouden munten en een doek waar iets hards in zat. Nieuwsgierig vouwde ze de doek open.

‘Cool!’ riep Roy toen hij de grote, doorzichtige steen zag. De steen was rond en zo groot als Ravijns handpalm. De achterkant was bekleed met goud en over de voorkant lagen smalle gouden stroken waardoor de steen wel een oog leek. Roy pakte de steen voorzichtig op en bekeek hem aan alle kanten. ‘Wat prachtig. Waar heb je die vandaan?’

Met een zucht haalde Ravijn haar schouders op. Ze had werkelijk geen idee.

‘Dit is het Kroonjuweel,’ vertelde Roy terwijl hij gefascineerd naar het voorwerp keek. ‘Wat mooi gemaakt, lieverd.’

De term zei haar helemaal niets. ‘Het Kroonjuweel?’ vroeg ze. ‘Hoe weet je dat? Wat is het? En waarom heb ik het bij me?’

‘In Ivy’s boeken over het Goudland is het Kroonjuweel heel belangrijk. Het wijst namelijk de rechtmatige koning of koningin aan. Bovendien…’ Hij bekeek het juweel van alle kanten. ‘…zou je er de koning of koningin in moeten kunnen zien.’

Ravijn pakte het voorwerp terug en legde het op haar hand.

‘Cool!’ riep Roy opnieuw toen er een aarzelend licht in flikkerde.

Ademloos keken ze naar de steen, waarin het licht zich vormde tot een gezicht. Het was het gezicht van een man die lag te slapen.

What the…’ bracht Roy uit. ‘Hoe heb je dat voor elkaar gekregen? Is het een hologram ofzo? Hij is echt prachtig nagemaakt.’

‘Roy, geloof me alsjeblieft. Ik ben Ravijn. Ik kom blijkbaar uit een andere wereld. Als dit het Kroonjuweel is en de rechtmatige koning aanwijst… is dit dan de koning?’

‘Goed, laten we voor nu even doen alsof het echt waar is.’ Roy schudde zijn hoofd en keek weer naar het gezicht van de slapende man. ‘Wat moeten we hier dan mee? Zou jullie koning… zou hij ook in deze wereld zijn?’

‘Maar waarom?’ vroeg Ravijn. ‘Waarom zou hij hier zijn? De koning is toch geen inter?’

‘Nee, in de boeken wordt niet verteld dat koning Storm-Wolf naar een andere wereld kan reizen. Ik… ik weet gewoon niet wat we moeten doen.’

Ravijn voelde zich ook behoorlijk wanhopig worden. Ze vouwde het Kroonjuweel weer in de doek en stopte hem terug in haar tas. ‘Laten we dit in elk geval maar niet uit het oog verliezen.’

Even was het stil.

‘Roy?’ vroeg Ravijn na lang nadenken. ‘Wie ben ik volgens Ivy?’

Roy keek haar aan met een blik in zijn donkere ogen die ergens tussen wantrouwen en medelijden zat. Toen zuchtte hij en vertelde: ‘In haar boeken werkt Ravijn-Mist voor de koning. Ze is een zogenaamde “probleemoplosser”. Soms moet ze iemand zoeken, soms moet ze een geheime boodschap overbrengen. Dat soort dingen.’

Ravijn-Mist. Dat was haar volledige naam.

Ze keek naar haar tas. Ze begreep nog steeds niet hoe Ivy dat allemaal over haar kon weten, maar als het waar was, waarom had ze het Kroonjuweel dan bij zich? Was ze in deze wereld op een missie voor de koning? Was ze hier misschien naar hem op zoek? Maar…

Plotseling werden Ravijns gedachten onderbroken doordat ze een schaduw over de muur zag glijden. Zij en Roy zaten stil, dus hoe kon de schaduw dan bewegen? Ineens wist ze weer wat die geur betekende.

‘Een hoorschim,’ fluisterde ze. Ze stond op en liep naar de schaduw toe. De schaduw stopte meteen met bewegen.

‘Wegwezen, jij,’ sprak Ravijn streng. ‘Terug naar je baas.’

Roy keek verbijsterd toen de schaduw over de muur naar het raam schoot en door het glas naar buiten glipte. De zure, dierlijke geur verdween met hem.

‘Wat was dat?’ vroeg hij. Met een lachje voegde hij eraan toe: ‘En wat ben jij streng, zeg.’

‘Het heet een hoorschim,’ wist Ravijn te vertellen. ‘Mensen kunnen andere mensen ermee afluisteren, maar als je hem terugstuurt, moet hij gaan. Ik weet niet waarom ik me dat wel kan herinneren. Wie zou ons willen afluisteren?’

Roy was even stil en dacht diep na. Toen zei hij: ‘Er stond iets in Ivy’s boeken over een hoorschim. Volgens mij heeft Toermalijn er een.’

‘Toermalijn?’

‘Toermalijn-Storm. De neef van jullie koning.’

Geen van beide zei iets, maar ze wisten allebei dat ze hetzelfde voelden en zich hetzelfde afvroegen. Was de koning van de andere wereld in deze wereld? Was Toermalijn, zijn neef, hier ook? Waren er naast hen en Ravijn nog meer mensen hiernaartoe gekomen? Hoe? Waarom? En wat nu?

Roy sloeg met zijn handen op zijn gespierde benen en stond op. ‘Ik ga eerst maar boodschappen doen,’ zei hij. ‘Ik heb behoefte aan iets normaals. Ga je mee? Dan laat ik je de supermarkt zien.’

Dat klonk interessant, dus Ravijn stond op en liep achter Roy aan naar buiten.

 

De supermarkt was niet wat ze zich erbij had voorgesteld. Het was een gebouw vol licht, dat uit ronde dingen in het plafond kwam. Ook kwam er licht uit plekken achter glazen deuren, waar het heel koud was. Er stonden bakken met groente en fruit dat ze herkende, maar er stonden ook potten en dozen in alle soorten en maten met tekeningen erop van allerlei soorten voedsel. Er waren ook flessen en iets dat Roy ‘blikjes’ noemde met woorden die ze niet kende.

‘Dat is niet goed voor je, schat,’ merkte Roy op. ‘We eten groente, fruit, rijst en een beetje vlees. De rest is ongezond.’

Dat was jammer, want het was fascinerend, net als de telefoon van Roy. Hij wees ermee naar de spullen die hij kocht of naar het bordje dat ervoor stond, en dan klonk er een piepje. Toen ze alles verzameld hadden, liep hij naar een enorm apparaat, waar hij zijn telefoon bij hield. Weer klonk er een piep en tot Ravijns verwondering verscheen alles wat hij in zijn mandje had gestopt in letters op het scherm. Toen wees hij met zijn telefoon naar een kastje met cijfers, en er klonk nog een piepje.

‘Nu heb ik betaald,’ verklaarde Roy.

‘Serieus?’

Roy grinnikte. ‘Het is net magie, hè?’ Hij legde haar uit dat zijn geld werd bewaard door de bank, dat kende ze wel. In haar wereld waren ook banken, waar rijke mensen hun geld of andere dure spullen veilig konden achterlaten. Roy vertelde echter dat hij met zijn telefoon de bank de opdracht kon geven een deel van zijn geld in de kluis van de winkel te leggen. Zo hoefde hij het geld niet op te halen om zijn eten te betalen, waarna de winkeleigenaar het geld weer naar de bank zou brengen. Dit ging een stuk sneller. Wat een geweldig idee.

 

Ravijns hoofd tolde nog van alle nieuwe dingen toen ze naar buiten liepen.

Plotseling verscheen er een man uit het niets, die Ravijns tas vastgreep. Ze trok zo hard ze kon terug, maar de man had een mes in zijn hand. Even dacht Ravijn dat hij haar ermee zou neersteken, maar in plaats daarvan sneed de band van haar tas los. Voordat ze iets kon doen, was hij er al vandoor gegaan met haar tas en bleef ze achter met de losse band.

De dief zigzagde tussen de voorbijrijdende auto’s door en er klonk getoeter aan alle kanten. Ravijn probeerde achter hem aan te rennen, maar er kwam een enorme auto langs, die duidelijk niet van plan was te stoppen.

Ze zou hem nooit inhalen. Ze was het Kroonjuweel kwijt.