Ravijn: hoofdstuk 5 - kniel voor de koning!

Ivy stapte achteruit, maar de man met het rode haar greep haar vast en gromde: ‘Waar is Ravijn?’

Ravijn keek Roy aan, maar de lange, donkere man stond als versteend met open mond toe te kijken. Wat moest ze doen? Haar hand ging naar het zwaard dat op haar rug hing, maar vond niets, want Roy had haar dringend verzocht het wapen niet mee te nemen naar de supermarkt. Blijkbaar waren wapens in deze wereld verboden.

De arme Ivy kon geen woord uitbrengen en schudde zwijgend haar rood aanlopende hoofd.

‘Waar is ze?’ klonk de stem van de roodharige man nog eens.

Plotseling zakte hij met een schreeuw in elkaar. Hij greep naar zijn been en toen pas zag Ravijn dat er een vrouw achter hem stond, die hem een trap in zijn knie had gegeven. De roodblonde vrouw was klein, maar ze viel de man fel aan, gooide hem met zijn hoofd tegen de muur en smeet hem de deur uit. Daarna gooide ze de deur dicht. Ze sloeg haar handen tegen elkaar.

‘Wie ben jij nou weer?’ riep Roy uit.

Ondanks alles kon Ravijn een lachje niet onderdrukken. Maar ook zij had geen idee wie dit was en waarom ze de roodharige man had aangevallen.

‘Ik ben Nevel,’ vertelde de vrouw. Ze was gekleed in een lichte leren broek en een zwarte tuniek, die in ontwerp erg op die van Ravijn leken. Zou ze uit dezelfde wereld komen? Over haar kleding droeg ze een zwarte mantel die Ravijn bekend voorkwam.

‘Wacht eens even!’ riep Ravijn terwijl ze achter de deur vandaan sprong. ‘Jij bespioneerde me.’

Nevel stak haar handen op en knikte. ‘Ik geef toe dat ik inderdaad degene ben die je gisteren gevolgd is vanuit het park naar dit huis. Het spijt me dat ik je bang gemaakt heb, maar ik moest weten of je niet door vijanden misleid was, want die kans bestond.’

‘Hoezo?’

‘Nadat jij naar deze wereld gestuurd was, heeft het Hof besloten dat ik je moest gaan helpen de koning te vinden. Omdat we elkaar niet kennen, wilde ik eerst zeker weten dat je niet was misleid door de een of andere vijand. Daarom ben ik je gevolgd. Toermalijn is een uitstekend toneelspeler en weet vaak mensen om de tuin te leiden, dus de angst was reëel.’

Ravijn keek naar Roy. ‘Dus daarom had ik het Kroonjuweel bij me.’

De jonge man knikte. ‘Je bent inderdaad op zoek naar de koning.’

‘Wacht even,’ zei Nevel. ‘Wist je dat niet?’

Met een diepe zucht liep Ravijn naar de bank. Roy liep achter haar aan en kwam naast haar zitten. Ook Ivy nam plaats, maar Nevel knielde tegenover Ravijn en keek haar met haar groene ogen ernstig aan.

‘Ravijn?’ vroeg ze. ‘Weet je niet meer waarvoor je hier bent?’

‘Nee,’ zei Ravijn zacht. ‘Ik herinner me nauwelijks iets. Een paar dingen over de stad waar ik vandaan kom, maar in eerste instantie wist ik zelfs mijn eigen naam niet meer. Ivy lijkt meer over mij te weten dan ikzelf.’ Ze gebaarde naar Ivy, die op haar lip bijtend naar de vloer zat te kijken en haar handen in elkaar wrong.

‘Jij bent Ravijn, een van de probleemoplossers van het Hof,’ vertelde Nevel. ‘.Je bent naar deze wereld gestuurd om de verdwenen koning te vinden.’

Ravijn knikte.

‘Maar hoe je je geheugen bent kwijtgeraakt…’ Nevel trok een diepe denkrimpel in haar voorhoofd en tikte een paar keer tegen haar kin. ‘Misschien… misschien is het mogelijk dat Toermalijn een manier heeft gevonden waarop hij iemands geheugen kan afpakken. Zelf is hij niet bepaald kundig als het over magie gaat, maar hij kent wel een machtige magiër.’

‘Dus het is echt Toermalijn?’ vroeg Roy.

‘Nou en of,’ zei Nevel knikkend. ‘Hij is de neef van de koning en hij wil niets liever dan zelf koning worden, maar ik kan niet bevestigen dat hij de hand heeft gehad in de verdwijning van koning Storm-Wolf. Nou ja, tot hij jou aanviel en het Kroonjuweel eiste, want dat maakte hem behoorlijk verdacht. Het was maar goed dat ik in de buurt was.’

‘Geloof je me nu?’ vroeg Ravijn aan Ivy. De schrijver keek haar aan en pakte zwijgend een plat apparaat van het tafeltje naast de bank. Ze klapte het open en de ene kant lichtte op. Er verschenen letters op het scherm.

‘Wow,’ zei Ravijn gefascineerd. ‘Wat is dit? Een boek?’

Ivy keek op en vertelde: ‘Dit is het begin van mijn volgende boek. Ravijn… O, ik kan nog steeds niet geloven dat dit echt gebeurt. Het lijkt wel een droom.’

Ze zocht een plek op en begon voor te lezen.

 

Zo had de sluwe Toermalijn zijn oom, koning Storm-Wolf, meegelokt naar een verlaten plek, waar hij zijn pas geleerde techniek toepaste. De kraal gloeide in zijn hand toen hij de bezwering uitsprak om het geheugen van de koning erin over te brengen en trilde toen kort. Daarna verdween de gloed. Was dit het teken dat het gelukt was? Het moest wel.

Toermalijn schaterde toen de koning hem verdwaasd aankeek. Ja, het was gelukt! Toen pakte hij de arm van de koning vast.

‘Kom maar mee, oom Storm,’ zei hij vriendelijk. ‘Ik breng je naar een fijne plek.’

Niemand wist dat Toermalijn een inter was en dus tussen werelden kon reizen. Niemand zou de koning vinden als hij, zonder zijn geheugen, in een andere wereld rondliep. Dit was perfect. De troon was zo goed als van hem.

Snel flitste Toermalijn naar de andere wereld, en binnen een paar seconden was hij terug.

Alleen.

Grinnikend pakte Toermalijn een pluk haar en vlocht hij de kraal erin. Toen spreidde hij zijn armen en riep in het niets: ‘Kniel! Kniel voor koning Toermalijn-Storm!’