Geschrokken

Dit was het tweede deel van de laatste opdracht. Een verhaal dat overal over mocht gaan.

Het was diep in de nacht en ik was dankbaar voor de volle maan die zijn licht als een zachte nevel over het landschap strooide. Daardoor kon ik de muur van de boerderij goed zien. We hadden een val gezet voor de dief die meerdere boerderijen in dit afgelegen gebied had bezocht. Sieraden, kleding, voedsel, je kon het zo gek niet bedenken of hij had het meegenomen of vernield.

Deze boerderij was al vier keer zijn doelwit geweest, dus we gingen ervan uit dat hij hier nog eens zou komen.

Ik spitste mijn oren. Klonk daar geritsel in de struiken?

Ondanks al mijn ervaring bij de politie bleven dit soort momenten spannend. Je kon tenslotte nooit weten hoe een misdadiger zou reageren als hij oog in oog kwam te staan met een politieagent.

Daar klonk een geluidje. Meteen was ik alert.

Voetstappen.

Gerammel aan een deur.

Het kwam dichterbij.

Een donkere schaduw gleed langzaam over de grond.

Plotseling vloog ik overeind en sprintte ik op de onwelkome bezoeker af. Met een gil van schrik draaide hij zich om. Hij was sneller dan ik, maar als ik hem de juiste kant op wist te sturen, zou hij in de val lopen. Mijn voeten gleden weg in de modder en het lukte me nog maar net om overeind te blijven.

Ook de dief had last van de modder. Hij  gleed uit en viel op zijn zij, maar krabbelde meteen overeind en sprintte onder de blubber verder.

Wat verderop stond een hek dat mijn collega’s hadden geplaatst om deze misdadiger de juiste kant op te sturen.

‘Ga de schuur in,’ wenste ik hardop terwijl ik achter hem aan door de modder ploeterde, hopend dat hij zich niet zou omdraaien. Ik was niet bang aangelegd, maar hij was groter dan ik verwacht had en ik wist dat ik ernstig gewond kon raken als hij me aanviel.

We renden de hoek om, in de richting van de schuurdeuren. Daar moest hij naar binnen, maar hij sloeg af naar links.

Nee!

Plotseling gaf een collega een schreeuw. De dief schrok zich een ongeluk en veranderde glibberend van richting. Ja, hij rende de schuur in!

Ik hoorde een klap.

Mijn benen waren me dankbaar toen ik vertraagde en de schuur in wandelde. Daar stond een kooi met de dief erin, omringd door mijn trotse collega’s.

‘Zo, meneertje,’ sprak ik de dief streng toe, hoewel ik helemaal niet kon zien of het een hij of een zij was. ‘Wat heb jij te zeggen?’

‘Knor,’ gromde de dief terwijl hij woest met zijn kop tegen de tralies stootte.

Nadat ik veilig achter een baal hooi was gaan staan, deed een collega deed het deurtje open en de dief verdween in het bos.

Hopelijk was het wilde zwijn zo geschrokken dat hij de boeren vanaf nu met rust zou laten.