Ravijn: hoofdstuk 6 - weg!
Ravijn luisterde aandachtig naar het verhaal dat Ivy oplas. Dus Toermalijn wilde koning Storm-Wolf uitschakelen om zelf koning te kunnen worden. Daarom had hij zijn eigen oom zijn geheugen afgenomen en hem naar een andere wereld gestuurd.
Maar was dit wel waar? Had Ivy het zelf bedacht of had ze het op de een of andere manier zien gebeuren? Hoe konden ze dat zeker weten?
Ze keek naar Ivy, die opkeek en haar schouders ophaalde.
‘Ik weet het ook niet,’ zei de schrijver alsof ze Ravijns gedachten had gelezen. ‘Dit is wat ik voor me zag in mijn fantasie.’
‘Maar was het wel fantasie?’ vroeg Ravijn.
‘Natuurlijk,’ antwoordde Ivy, maar ze wendde haar blik af alsof ze zich ergens voor schaamde.
‘Je twijfelt,’ zei Roy. Hij sloeg een arm om haar heen. ‘Ik weet precies wat je voelt, Ivy. Het kan gewoon niet, maar toch gebeurt het. De mensen uit jouw boeken bestaan echt.’
Ivy keek naar hem op en schudde haar blonde vlechten achter haar schouders. ‘Ik weet het niet,’ mompelde ze uiteindelijk.
‘Gaat het verhaal nog verder?’ vroeg Nevel, die inmiddels in kleermakerszit op de grond was gaan zitten.
Ivy knikte. Ze zocht haar plek weer op en las verder.
Geduld is een schone zaak, besefte Toermalijn. Het zou weken of maanden duren voordat de koning zou worden opgegeven en Toermalijn in Storms plaats koning werd. Al was het maar tijdelijk tot de koning terugkwam, wat natuurlijk nooit zou gebeuren.
‘Hier moet nog een stukje tussen,’ vertelde Ivy. ‘Iets over Ravijn die op zoek gaat naar de koning. Ik weet nog niet precies hoe ze dat gaat doen.’
‘Ik begrijp het,’ zei Ravijn knikkend. ‘Lees maar op wat je verder hebt geschreven.’
Uiteindelijk kwam de dag waarop de koning officieel werd opgegeven, hoewel mensen als Ravijn nooit zouden stoppen met onderzoeken wat er met hem was gebeurd. Het Hof besloot dat Toermalijn, de rechtmatige troonsopvolger, zijn plaats zolang moest innemen. Dat gebeurde tijdens een statige ceremonie. Met een goudkleurige mantel over zijn schouders maakte Toermalijn zijn entree in de grote zaal van het paleis, waar leden van het Hof hem verwelkomden. Hij rechtte zijn schouders en keek hooghartig naar zijn onderdanen. Wacht maar, dacht hij, jullie zullen weten dat ik jullie koning ben. Alles wat jullie bezitten, zal van mij zijn. Jullie zullen van mij zijn. Het hele Continent zal van mij zijn.
Voor in de zaal stond een stenen tafel. Daarop lag een doorzichtige ronde steen met gouden versieringen die het op een oog lieten lijken. Het Kroonjuweel.
Langzaam, genietend van dit moment, paradeerde Toermalijn naar het juweel. Hij pakte het op en legde het op zijn platte hand.
Het werd doodstil in de ruimte, alsof het juweel al het geluid uit de zaal zoog.
Iedereen hield zijn adem in.
Wachtend.
Maar er gebeurde niets.
O, nee. Hier had Toermalijn niet op gerekend. Hij was de rechtmatige troonsopvolger, dus waarom reageerde het juweel niet?
‘Nee,’ gromde Toermalijn zo zacht dat niemand het kon horen. Hij kneep harder in het Kroonjuweel, maar nog steeds gebeurde er niets.
De eerbiedige stilte veranderde in een gespannen zwijgen waarin iedereen hetzelfde dacht, maar niemand het durfde uit te spreken.
‘Koning Storm-Wolf leeft nog,’ fluisterde iemand rechts van hem. Toermalijns rode haren vlogen rond zijn hoofd toen hij dat met een ruk omdraaide en de vrouw die had gesproken een giftige blik toewierp. Ze kneep haar lippen op elkaar, maar het was te laat. Overal in de zaal klonk gefluister. Alle aanwezigen beseften dat de koning nog in leven moest zijn en dat Toermalijn door het juweel was afgekeurd. Ook de leden van het Hof mompelden opgetogen tegen elkaar: ‘Hij leeft nog.’
‘Het maakt niet uit!’ riep Toermalijn woedend. ‘De koning is vermist, dus er moet een nieuwe koning komen. Ik ben de troonsopvolger! Ik ben jullie koning!’
Het had echter geen zin. Het Kroonjuweel had hem niet erkend, en daarmee erkende het volk hem ook niet. Niemand aan het Hof zou trouw zweren aan een koning die niet door het Kroonjuweel was aangewezen.
‘Elixer!’ bulderde Toermalijn toen hij later die dag door de waterval een donkere grot in stapte.
‘Wat wenst u?’ De oude magiër opende zijn ogen en stond op. Waarom die man altijd op de grond zat, was Toermalijn een raadsel. Hij keek naar de oude man in zijn zwarte gewaad, die nog opvallend soepel was voor zijn leeftijd.
‘Waarom erkent het Kroonjuweel mij niet?’ brieste Toermalijn woest.
‘Blijkbaar voelt hij dat de koning nog leeft, ook al is hij in de andere wereld,’ verklaarde de magiër op kalme stem die kraakte van ouderdom. Hij sloeg wat zand van zijn zwarte gewaad en voegde er nonchalant aan toe: ‘Wellicht zult u stappen moeten ondernemen.’
Toermalijn leunde met zijn handen tegen de koude, zwarte stenen van de grot waar magiër Elixer-Kristal woonde. ‘Je bedoelt dat ik hem moet vermoorden?’
De magiër haalde zijn schouders op en spreidde zijn armen. ‘U wilt koning worden…’
Hij had gelijk. Hoewel Toermalijn liever geen bloed wilde vergieten van zijn eigen oom, had hij geen andere optie meer. Even was hij stil. Kon hij dat wel? Een familielid vermoorden? Als iemand dat ontdekte, zou hij voor de rest van zijn leven de gevangenis in gaan. Aan de andere kant zou dat ook gebeuren als iemand erachter kwam wat hij al gedaan had. Er was geen weg terug meer, dus kon hij net zo goed doorzetten. Anders was alles voor niets geweest.
Hij keek Elixer aan en knikte. ‘Je hebt gelijk, oude man. Storm-Wolf moet dood.’
Plotseling draaide hij zich om. Had hij iets gehoord?
‘Heb je ratten, oude man?’ vroeg hij aan de magiër, die zijn hoofd schudde.
Toermalijn spitste zijn oren en draaide zich langzaam helemaal om. Toen zag hij het: het klaterende water toonde een donkere schaduw. Iemand luisterde hem af.
Hij gebaarde Elixer te gaan praten en terwijl de magiër een verhaal begon over de wettelijke gevolgen van een troonsopvolging, sloop Toermalijn naar het vallende water.
Plotseling gaf hij een harde trap en sleurde hij de geschrokken luistervink de grot in. Het was Ravijn, een probleemoplosser van het Hof, die kreunend van de pijn op de grond viel.
Ze had hem afgeluisterd! Als ze dit doorvertelde, was hij er geweest. Dat liet hij niet gebeuren!
Hij nam een kraal en begon de bezwering. Ravijn moest weg. Alles vergeten en dan… weg!