Ravijn: hoofdstuk 11 - oom Storm?
Het was duidelijk: koning Storm-Wolf was in de Zonnestraal, een kliniek vlak bij het park waar Ravijn wakker was geworden nadat Toermalijn haar geheugen had gewist. Ook de koning was dankzij zijn neef Toermalijn zijn geheugen kwijt.
‘Hoe krijgen we hem uit de kliniek?’ vroeg Ravijn. ‘Zouden ze hem zomaar laten gaan?’
‘En hoe krijgen we zijn geheugen terug?’ vroeg Roy. ‘Zouden we het nog eens voor elkaar krijgen om een kraal uit Toermalijns haar te stelen?’
Ravijn keek naar Nevel, die afwezig uit het raam keek. ‘Wat denk jij, Nevel? Nevel?’
‘Hè, wat?’ Nevel keek om. ‘Sorry, ik was even afgeleid.’
‘We vroegen ons af hoe we koning Storm-Wolf uit de kliniek kunnen halen en hoe we zijn geheugen kunnen terugkrijgen. De vraag is wat we eerst moeten doen.’
‘Laten we hem eerst uit de kliniek halen,’ stelde Nevel voor. ‘Dan kunnen we daarna een plan bedenken om zijn geheugen terug te krijgen.’
‘Maar zal hij wel met ons mee willen?’ vroeg Ravijn. ‘Als hij niet weet wie we zijn, blijft hij misschien liever daar.’
‘We kunnen het in elk geval proberen,’ zei Nevel. ‘Ivy, als jij zegt dat hij je oom is, kunnen we hem misschien meenemen.’
Ivy fronste. ‘Ik weet niet of dat zo makkelijk gaat,’ zei ze. ‘Ik heb geen idee wat de regels zijn. Je zult toch wel moeten bewijzen dat hij familie is? Ze zullen me daar heus niet op mijn woord geloven.’
‘Laten we het maar proberen,’ zei Nevel. ‘Dan kunnen we in elk geval in de kliniek rondkijken en proberen het vertrouwen van onze koning te winnen. Misschien zal hij dan toch met ons meegaan.’
De volgende dag liepen Ivy en Ravijn naar de Zonnestraal. Ravijn had niet alleen haar eigen tas bij zich, maar ook die van Roy, waar het Kroonjuweel in zat. Nu ze haar geheugen terug had, zou ze haar koning vast wel herkennen, maar voor alle zekerheid wilde ze de bevestiging van het juweel zien.
De kliniek was gevestigd in een groot, wit gebouw met tralies voor de meeste ramen. De deuren schoven automatisch open toen ze dichtbij kwamen.
‘Het blijft leuk,’ merkte Ravijn op terwijl ze over haar schouder keek naar de deuren die automatisch dicht gingen. ‘Die techniek van jouw wereld.’
Ivy hield haar vinger voor haar lippen. ‘Laat ze het hier niet horen, anders mag je niet meer weg.’
Ravijn grinnikte.
Binnen botste ze bijna tegen Ivy op omdat de blonde schrijver plotseling bleef staan. Ravijn volgde haar blik en schrok even hard toen ze een man met lange, vuurrode haren bij de balie zag staan.
Toermalijn!
Blijkbaar had hij ook ontdekt dat koning Storm-Wolf hier was.
Ivy keek Ravijn met grote ogen aan. ‘Wat moeten we nu?’
Dat was een goede vraag.
‘We moeten hem bij koning Storm-Wolf vandaan houden,’ zei Ravijn zacht.
‘Maar hoe?’
‘Verzin iets,’ fluisterde Ravijn. ‘Net als bij de politie. Je bent creatief.’
‘Ik weet niet…’ zei Ivy. Ze was even stil, beet op haar lip en knikte. ‘Kom.’
Ze liep voor Ravijn uit naar de balie.
‘Hallo, neef!’ zei ze hartelijk tegen Toermalijn.
De neef van de koning keek met een felle blik om. Zwijgend keek hij van Ivy naar Ravijn.
‘Kom je voor oom Storm?’ vroeg Ivy. ‘Had jij hem ook herkend van internet?’
De roodharige Toermalijn dwong een glimlach op zijn gezicht. ‘Dag, nichtje. Hoe is het met je?’ Zijn stem klonk zo vriendelijk dat Ravijn hem bijna geloofde. ‘Ik ga even met oom Storm praten. Jij hebt het vast druk. Ik regel alles wel, hoor. Ik zal ervoor zorgen dat hij weer thuis komt.’
‘Niets daarvan,’ zei Ivy. ‘Hij is ook mijn oom. Ik wil hem spreken.’
‘Hij herkent je vast niet,’ zei Toermalijn. ‘Waarschijnlijk wordt hij er alleen maar zenuwachtig van als je meekomt.’
Ivy sloeg haar armen over elkaar. ‘Nee. Ik wil hem zien.’
‘Het is niet verstandig,’ protesteerde Toermalijn. ‘Hij raakt alleen maar in de war. Laat mij het nou toch regelen, nichtje. Ik breng hem wel naar huis, waar hij veilig is, bij zijn familie.’
Bij die woorden liepen de rillingen over Ravijns rug.
‘Ivy heeft het recht om hem te spreken,’ zei ze. ‘Als het hem verwart, gaan we alsnog weg.’
‘Wat moet jij hier eigenlijk?’ vroeg Toermalijn op zachte, maar minder vriendelijke toon. ‘Jij hebt hier niets mee te maken. Het is mijn oom, en dat is een feit.’
Op dat moment kwam er een vrouw in een witte jas aanlopen. Ze stelde zich voor als dokter Zijlstra.
‘Deze mensen komen voor de patiënt die zijn geheugen kwijt is,’ vertelde de vrouw achter de balie. ‘Er schijnt wat onduidelijkheid te zijn over wie er met hem mag praten. Hij schijnt hun oom te zijn.’
Ravijn haalde diep adem. Ze wist dat Toermalijn van plan was de koning te vermoorden zodat hij zelf koning van het Goudland kon worden, maar dat kon ze moeilijk hardop zeggen. Het Goudland was tenslotte een fictief land uit een fictieve wereld, bedacht door de blonde vrouw die naast haar stond. Dacht men.
Het was dus aan Ravijn en Ivy om te voorkomen dat Toermalijn de gelegenheid kreeg de koning iets aan te doen, maar dan moesten ze wel toegelaten worden.
Gelukkig zei dokter Zijlstra: ‘Komen jullie alle drie maar mee. De patiënt is in de gezamenlijke ruimte en daar is iedereen welkom, zolang de patiënt geen bezwaar heeft. We vragen het hem zelf.’
Ze ging de drie voor door een lange gang, waar ze een paar keer een kaartje voor een lampje hield om de deuren automatisch open te laten gaan. Ravijn probeerde niet te laten merken hoe gefascineerd ze was door de techniek van deze wereld.
Uiteindelijk kwamen ze in een grote ruimte met tafels en stoelen. Aan een van de tafels zat een man die haar heel bekend voorkwam een boek te lezen. Toen ze dichterbij kwamen, zag Ravijn dat het een van Ivy’s boeken was. Wat ironisch. Zonder het te weten, zat hij over zichzelf te lezen.
Stiekem wierp Ravijn een blik in Roys tas. Het Kroonjuweel lichtte op met een paarse gloed.
‘Mijn koning…’ fluisterde Ravijn en meteen beet ze op haar tong. Ze hoopte maar dat dokter Zijlstra haar niet had gehoord. Snel liep ze naar de tafel en ging ze naast de koning zitten. Het kostte haar moeite om niet voor hem te buigen, maar ze dwong zichzelf hem als een gewone man te behandelen. ‘Dag, Storm,’ zei ze.
Ondertussen had Ivy de race om de stoel aan de andere kant van de koning verloren en was Toermalijn daar gaan zitten.
‘Dag, oom Storm,’ zei de roodharige man. ‘Hoe is het met u?’
De koning keek zijn drie bezoekers om de beurt aan. Ravijn voelde haar hart sneller kloppen. Het was duidelijk aan zijn blik te zien dat hij geen van hen herkende. Ze keek naar Toermalijns haar. Daar, in een vlecht, zat een kraal met het geheugen van de koning. Het enige wat de koning zou hoeven doen, was een hand uitsteken en de kraal breken. Dan zou zijn geheugen terugkomen en zou hij zich herinneren wat zijn neef hem had aangedaan.
Het was zo makkelijk. En toch zo moeilijk.
Ze werd nog wanhopiger toen de koning zijn hoofd schudde.
‘Ik ken jullie niet,’ zei hij. ‘Wat doen jullie hier?’
‘Ik ben uw neef,’ zei Toermalijn terwijl hij de hand van de koning pakte. ‘Ik wilde u gewoon even zien en mezelf ervan verzekeren dat er goed voor u gezorgd wordt.’
De koning trok zijn hand terug. ‘Nee, ik ken je niet.’ Toen keek hij Ravijn aan. ‘En jou ook niet.’ Daarna keek hij naar Ivy. ‘En jou al helemaal niet.’ Hij stond op, klemde zijn boek onder zijn arm en zei tegen dokter Zijlstra: ‘Dokter, ik wil dat ze weggaan. Ik vertrouw ze niet. Ik wil terug naar mijn kamer.’
De dokter legde een hand op zijn arm. ‘Rustig maar, meneer,’ zei ze op kalmerende stem. ‘Ik breng u wel even terug naar uw kamer. Maakt u zich maar geen zorgen, deze mensen bedoelen het goed.’
‘Nee, nee, ik vertrouw ze niet. Stuur ze weg!’
‘Prima, meneer,’ zei de dokter. ‘Ik breng u naar uw kamer en dan zal ik deze drie mensen vragen te vertrekken. Geen probleem.’
‘Maar…’ begon Ravijn, maar ze had geen idee wat ze kon zeggen om de situatie te redden. Daarom keek ze zwijgend toe terwijl dokter Zijlstra koning Storm-Wolf meenam. De moed zonk haar in de schoenen. Hoe konden ze zijn vertrouwen winnen als hij niet eens met hen wilde praten? Hoe kon zijn geheugen terugkomen als ze hem niet konden overhalen de kraal te breken? Ze kon wel schreeuwen van frustratie. Hij was zo dichtbij! Zijn geheugen was binnen handbereik. En toch leek hij het voorgoed kwijt.
‘Zie je nou dat hij van streek raakt?’ vroeg Toermalijn. ‘Ik zei het toch?’
Ravijn keek hem woedend aan en hij glimlachte, leunde over de tafel naar haar toe en fluisterde: ‘Oom Storm is zo goed als dood.’ Hij pakte een van zijn vlechten en gaf een kus op de kraal waarin het geheugen van de koning zat. Toen liep hij grinnikend weg.
‘Ik haat die man,’ gromde Ivy zacht.
‘Ik ook,’ zuchtte Ravijn. Ze stond op. ‘Laten we maar gaan. We moeten een nieuw plan bedenken.’
Voor ze het wisten, stonden ze weer buiten. Ravijn keek goed om zich heen. Toermalijn was nergens te bekennen, maar je wist nooit met hem.
Zwijgend liepen ze weg bij de kliniek. Ze waren de straat nog niet uit toen Ravijn rennende voetstappen achter zich hoorde. Ze draaide zich om en zag een man in zwarte kleding lopen.
‘Gewoon een jogger,’ zei Ivy nadat zij ook had omgekeken. ‘Denk ik.’
Ze bleven even staan om hem erlangs te laten, maar de man pakte zijn telefoon en stopte met hardlopen om een bericht te lezen.
Ravijn keek Ivy aan.
Ze liepen wat verder. Ook de jogger kwam in beweging.
Ravijn pakte Ivy’s mouw en ze stopten.
De jogger stopte met lopen en begon zijn spieren te strekken. Hij stond met zijn gezicht van hen af gericht en de kap over zijn hoofd verborg de rest van zijn hoofd.
Was het Toermalijn? Of een handlanger? Had hij gezien dat ze het Kroonjuweel bij zich hadden?
Ravijn en Ivy begonnen weer te lopen.
De jogger deed hetzelfde, maar hij liep niet hard zoals daarvoor. In plaats daarvan wandelede hij achter de twee vrouwen aan. Waren ze in gevaar? Of was het gewoon iemand die aan zijn conditie werkte?
De jogger kwam dichterbij.
Ravijn keek Ivy aan en zonder dat ze iets hoefden te zeggen, begonnen ze zo hard ze konden te rennen. Een snelle blik over haar schouder vertelde Ravijn dat de jogger ook een sprint had ingezet.