Ravijn: hoofdstuk 10 - gevonden!

Verloren zat Ravijn met Nevel en Ivy in Ivy’s woonkamer. De schrijver zat naast Ravijn op de bank en Nevel tegenover hen op de grond.

‘Wat moeten we nou?’ vroeg Ravijn. ‘Hoe moeten we Roy ooit terugvinden?’

‘We kunnen teruglopen naar Toermalijns schuilplaats en bedenken welke route Roy heeft kunnen kiezen,’ stelde Nevel voor terwijl ze haar roodblonde haren naar achter schudde. ‘Hij zal toch wel hiernaartoe zijn gaan lopen?’

‘Dat denk ik wel,’ antwoordde Ravijn. ‘Misschien moeten we dat inderdaad maar doen.’

Op dat moment klonk er echter een vreemd geluid. Verbaasd keek Ravijn om zich heen.

‘Mijn telefoon,’ verklaarde Ivy met een lachje terwijl ze het apparaatje uit haar zak haalde en erop tikte.

‘Met Ivy… Wat? Roy… Wat is er dan gebeurd? … Wil hij dat niet zeggen? …’

Ivy keek Ravijn aan met een blik die duidelijk vertelde dat ze niets begreep van wat ze hoorde.

‘Ja… natuurlijk … ik kom eraan,’ zei ze uiteindelijk. Toen tikte ze nog eens op het apparaatje en keek Ravijn weer aan.

‘Dat was de politie,’ verklaarde ze toen. ‘Roy is gearresteerd omdat hij zich verdacht gedroeg en niet wilde vertellen wat hij in zijn tas had. Hij heeft de agent gevraagd mij te bellen. Ik moet naar het bureau komen.’

‘Laten we dan maar gaan,’ zei Ravijn.

Nevel besloot in het huis te blijven tot ze terug waren en Ravijn liep met Ivy naar buiten.

‘We moeten met de tram,’ vertelde Ivy.

‘De wat?’

Ivy glimlachte. ‘Ik heb nog wel een oude ov-kaart voor je.’

‘Ik heb geen idee waar je het over hebt,’ zei Ravijn, ‘maar ik vertrouw je.’

De tram was geweldig. Ravijn hield het kaartje dat ze van Ivy had gekregen voor een grijs ding en hoorde een piep. Ivy legde haar uit dat er daardoor geld naar de rekening van de ‘RET’ werd overgemaakt, net zoals toen in de supermarkt. De RET was verantwoordelijk voor deze lange koetsen die over metalen banen reden. Vol verwondering keek Ravijn uit het raam terwijl Rotterdam aan haar voorbij ging. Ondertussen zat Ivy peinzend naar de grond te kijken.

Ravijn vond het jammer toen ze moesten uitstappen, maar wat een magie was het toen de deuren vanzelf opengingen toen Ivy op een rondje drukte.

‘Zo leuk,’ zei Ravijn, die in haar enthousiasme bijna was vergeten dat ze Roy moesten ophalen op een plek die ‘politiebureau’ heette, wat betekende dat hij was opgepakt door soldaten, of iets dergelijks.

Een vriendelijke dame in uniform vroeg Ivy en Ravijn even te wachten en niet veel later kwam een andere vrouw hen halen. Ze nam de twee vrouwen mee naar een kamertje waar Roy op een stoel zat te wachten. Toen Ravijn en Ivy binnenkwamen, keek hij met grote, bezorgde ogen op.

‘Hij wilde niets vertellen voordat u er bent,’ vertelde de agente. ‘Ga maar zitten, dan gaan we nu de verklaring horen waarom deze jongeman midden in de nacht door de stad rent met een duur uitziend voorwerp in zijn tas.’

‘Roy?’ Ivy stak een hand op toen Roy iets wilde zeggen. ‘Roy, je hebt toch niet dat prachtige Kroonjuweel gestolen hè? Dat juweel dat een fan van me had gemaakt naar de omschrijving in mijn boeken. Je hebt toch niet geprobeerd het te verkopen? De zogenaamde koper was toch geen dief die het Kroonjuweel wilde stelen? Dat was toch niet de reden waarom je door de stad rende?’

Ravijn zag een opgeluchte blik in Roys ogen en een klein glimlachje trok aan zijn mondhoeken.

Ivy leunde voorover. ‘Als je geldproblemen hebt, kun je daar met mij toch wel over praten?’

De agente legde het Kroonjuweel op de tafel.

‘Bedoelt u dit, mevrouw?’

‘Ja,’ zei Ivy. ‘Dat is het. Ik heb dit van een lezer gekregen tijdens een signeersessie. Hij heeft er erg zijn best op gedaan en het lijkt precies op wat ik voor me zag… in mijn fantasie.’

Ravijn glimlachte toen Ivy haar even aankeek. Het was meer dan fantasie geweest, maar daar konden ze nu niet over praten.

 

‘Je bent een genie, Ivy,’ zei Ravijn toen ze wat later met Ivy en Roy in de tram zaten. ‘Wat slim bedacht.’

Roy trok Ivy dicht tegen zich aan. ‘Ja, dat was heel knap van je. Het is maar goed dat je zo creatief bent.’

Ivy grinnikte. ‘Nu denkt de politie alleen wel dat je in de financiële problemen zit. Laten we hopen dat ze je bankrekening niet controleren.’

‘Dan kun je altijd zeggen dat je geld uit het stadsfonds hebt gekregen,’ stelde Ravijn voor, wat haar twee verbaasde gezichten opleverde. ‘Hebben jullie dat niet?’ vroeg ze.

‘Een stadsfonds?’ vroeg Roy. ‘Wat is dat?’

‘Jullie betalen toch ook belasting?’ vroeg Ravijn. Zouden ze hier geen stadsfonds hebben? Hoe moesten arme mensen zich dan redden?

‘Ja,’ zei Ivy. ‘Dat wel.’

‘Gaat daar niet een deel van in het stadsfonds?’

‘We hebben ook gemeentelijke belastingen. Dat geld gaat naar de stad,’ vertelde Roy. ‘Er zijn wel allerlei uitkeringen voor mensen die moeilijk kunnen rondkomen.’

‘Bij ons gaat een deel van de belasting naar het Hof en een deel naar het stadsfonds. Als iemand geld nodig heeft en het is niet zijn eigen schuld, kan hij een beroep doen op dat fonds.’

Ivy en Roy keken elkaar aan.

‘Dat is wel een beetje hetzelfde,’ vertelde Ivy.

‘Wordt het hier ook opgehaald en verdeeld door trollen?’

‘Trollen?’ vroeg Roy. ‘Serieus?’

‘Ja, natuurlijk. Trollen zijn goudeerlijk en geven zelf niet om geld. Dat maakt ze zo geschikt om de belastingen te regelen.’

‘In deze wereld bestaan geen trollen,’ vertelde Roy.

Wat een vreemde wereld was dit toch.

 

Niet veel later kwamen ze weer thuis, waar Nevel nog steeds op de grond tegenover de bank zat. Ze sprong overeind.

‘Roy! Wat is het fijn om je in levende lijve terug te zien!’ zei ze opgetogen.

Roy vertelde dat hij aan de bewaker was ontsnapt, maar dat hij door twee agenten was aangehouden, en over Ivy’s list.

‘Je bent een slimmerik,’ zei Nevel tegen de schrijver, die een beetje bloosde en snel naar Roys tas wees.

‘Zullen we in het Kroonjuweel kijken?’ vroeg ze.

Roy gaf het juweel aan Ravijn en zij legde het op haar hand.

Langzaam kwam het gezicht van een man in beeld.

‘Dat is koning Storm-Wolf,’ zei Ravijn. ‘Ik weet het weer. Maar waar is hij?’

De man had een bleke huid, blauwe ogen en hetzelfde vuurrode haar als zijn neef, Toermalijn. Hij liep door een gang met witte muren.

‘De Zonnestraal!’ riep Roy plotseling.

‘Wat?’ vroeg Ravijn.

‘O ja, die nieuwe kliniek vlak bij het Vroesenpark,’ zei Ivy terwijl ze nog beter naar het Kroonjuweel keek. ‘Natuurlijk. Die kliniek was op het nieuws toen er een man was opgenomen die zijn geheugen kwijt was.’

‘Wanneer was dat?’ vroeg Ravijn.

‘Maanden geleden,’ antwoordde Ivy. ‘Ik was het al helemaal vergeten.’

‘Ja, het is de Zonnestraal,’ bevestigde Roy. ‘Kijk maar.’

In het Kroonjuweel was nu de omgeving van de kliniek te zien en Ravijn herkende de plek waar ze in deze wereld wakker was geworden. Dus dat heette het ‘Vroesenpark’.

‘Nevel, jij hebt zeker niet ook de kraal met het geheugen van de koning uit Toermalijns haar gehaald,’ zei Ravijn tegen de andere vrouw uit de andere wereld.

‘Nee, sorry. Daar heb ik geen moment aan gedacht toen ik daar in die donkere slaapkamer stond. Het spijt me, daar had ik natuurlijk aan moeten denken.’

‘Geeft niet,’ zei Ravijn. ‘We moeten toch eerst een manier bedenken om hem daar weg te krijgen.’

Tja, hoe moesten ze dat doen?