Ravijn: hoofdstuk 12 - de jogger
Ravijn sleurde de ploeterende Ivy achter zich aan door de straten. Blijkbaar was de blonde schrijver niet gewend hard te lopen.
Toen Ravijn over haar schouder keek, zag ze dat de jogger nog steeds achter hen liep. Hij kwam niet dichterbij, maar ze raakten hem ook niet kwijt. Nog steeds kon ze zijn gezicht niet zien. Wie was het? Wat wilde hij?
‘Daar! Rennen!’ hijgde Ivy toen ze de hoek om kwamen en de deur van haar huis in zicht kwam. Ze worstelde om de sleutel uit haar zak te krijgen.
De twee vrouwen botsten tegen de deur en met trillende handen stak Ivy de sleutel in het slot. Ravijn keek over haar schouder. De jogger rende op hen af. Het was te laat. Hij was te dichtbij!
‘Snel!’
Ivy maakte de deur open. Op dat moment rende de jogger in volle vaart tegen hen aan, ramde de twee naar binnen, sleurde ze verder de gang in en smeet de deur achter hen dicht.
Ravijn greep naar haar zwaard, maar vond niets. Ze krabbelde overeind en rende naar de woonkamer, bij de jogger vandaan. Roy en Nevel, die op de bank zaten, sprongen geschrokken overeind.
‘Wat wil je?’ vroeg Ravijn terwijl ze zich omdraaide.
De jogger trok de kap van zijn hoof.
Lange, vuurrode haren vielen over zijn schouders.
‘Koning Storm-Wolf?’ Stomverbaasd liet Ravijn zich op een knie vallen, legde haar rechterhand op haar linkerschouder en boog haar hoofd.
‘Het is hem echt!’ Roy sprintte enthousiast langs de knielende Ravijn en sloeg opgetogen zijn armen om de roodharige koning heen.
Daarna sprong hij geschrokken achteruit. ‘Sorry… ik… ik…’ stamelde hij.
‘Hoe durf je een koning te omhelzen,’ vroeg koning Storm-Wolf. Hij liep op de bevende Roy af. ‘Is dat normaal in deze wereld?’
‘Het spijt me.. ik…’
De koning proestte en sloeg schaterend met zijn handen op zijn dijen. ‘Kom hier, Roy.’ Hij spreidde zijn armen en gaf de nu sprakeloze Roy een stevige knuffel. Daarna stak hij zijn hand uit naar Ravijn, die overeind kwam.
‘En jij, Ravijn, mijn probleemoplosser.’
Ravijn stond op en kreeg een even hartelijke omhelzing.
Daarna wendde hij zich tot Ivy.
‘Ivy, ik hoopte al zo lang dat ik je kon ontmoeten,’ zei hij.
De schrijver probeerde te glimlachen maar de verwarring in haar ogen maakte duidelijk dat ze geen idee had wat ze moest zeggen. Ze slikte moeizaam en knikte.
‘Ik begrijp het niet,’ zei Ravijn. ‘Herkent u ons?’
De koning grinnikte. ‘Die domme neef van me. Hij wil altijd maar toveren, dat had hij als kind al, maar zijn magische krachten laten nogal wat te wensen over. Ik ben mijn geheugen nooit kwijt geweest. Toen hij probeerde me het af te nemen, heb ik gedaan alsof ik niets meer wist. Anders had hij me zeker vermoord. In deze wereld zou toch niemand me geloven als ik zei dat ik een koning uit een andere wereld ben, dus ben ik maar doorgegaan met het toneelstukje.’
‘Maar… hoe kent u mijn naam?’ vroeg Roy.
‘In de kliniek las ik een boek van Ivy,’ vertelde de koning. ‘Kun je je voorstellen hoe verbaasd ik was toen ik over mezelf las? Mijn enige kans om terug te gaan naar mijn eigen wereld, was in contact te komen met Ivy, die blijkbaar in mijn wereld geweest is. Een zuster in de kliniek vertelde me hoe “internet” werkt en zo heb ik haar gevonden. Ik zag daar onder andere een foto van haar met haar beste vriend, Roy.’ Hij keek naar Ivy en legde een hand op haar schouder. ‘Kun jij me terugbrengen naar mijn wereld, Ivy?’ vroeg hij.
Ivy keek naar de grond. ‘Het spijt me, eh… meneer… meneer de koning. Ik ben geen inter.’
‘Niet?’ vroeg hij verbaasd. ‘Hoe weet je dan zo veel over mijn wereld?’
‘Dat weet ik ook niet.’
‘Ik denk dat Ivy alleen haar gedachten naar onze wereld kan sturen,’ vertelde Ravijn. ‘Ze weet niet hoe ze fysiek naar de andere wereld kan gaan.’
‘Hm…’ Koning Storm-Wolf tikte op zijn onderlip. ‘Dan moeten we het maar eens gaan proberen.’
Op dat moment liep Nevel naar de rest toe. ‘Ik ga mee,’ zei ze.
‘Nevel?’ vroeg koning Storm-Wolf. ‘Ben jij niet de kleindochter van Elixer-Kristal?’
Met een glimlachje knikte ze.
De koning begroette haar met een korte omhelzing. ‘Ben jij een inter?’ vroeg hij.
Nevel schudde haar hoofd. ‘Nee, ik ben ook naar deze wereld gestuurd om u te zoeken.’
Even leek de koning diep in gedachten verzonken, maar toen zei hij: ‘Ivy, probeer ons maar naar mijn wereld te brengen. Je kent de weg tenslotte.’
Ivy beet op haar lip.
Toen legde de koning een hand op haar schouder. ‘Als je het niet probeert, lukt het zeker niet. Niemand in deze kamer kan reizen tussen werelden, dus niemand kan het je kwalijk nemen als het je niet lukt,’ stelde hij haar gerust. ‘Probeer het maar gewoon.’
Ze pakten elkaars handen vast en Ivy staarde voor zich uit.
‘Doe maar alsof je gaat schrijven,’ zei koning Storm-Wolf. ‘Ga in gedachten maar naar onze wereld en probeer er dan fysiek in te stappen.’
Ivy keek naar de muur en er verscheen een glimlachje op haar gezicht. ‘Ik zie de Koningsstad,’ zei ze zacht. ‘Ik loop door de poort. Daar zie ik huizen. Ik zie mensen. Ik zie een kasteel…’
Ravijns hart bonsde. Zou het de schrijver lukken om Ravijn en koning Storm-Wolf terug te brengen naar hun eigen wereld? Zou de koning weer op zijn rechtmatige troon komen te zitten?
De minuten tikten voorbij. Ivy vertelde wat ze zag en Ravijn zag het in gedachten ook. Maar er gebeurde niets.
‘Het is hopeloos,’ besloot Ivy uiteindelijk. Met een zucht ging ze op de bank zitten.
‘Het geeft niet,’ zei koning Storm-Wolf. Hij kwam naast haar op de bank zitten en stootte met zijn schouder tegen die van haar. ‘Je moet het gewoon nog leren. Blijf oefenen.’
De dag ging voorbij. Toen het avond werd, besloten ze allemaal in Ivy’s huis te overnachten. Ze wisten tenslotte niet wat Toermalijn en zijn handlangers van plan waren en samen waren ze veiliger.
Ravijn had hard geprotesteerd toen koning Storm-Wolf aanbood op de grond te slapen en pas toen ook de rest hem dat verbood, had hij zich laten overhalen de nacht in Ivy’s bed door te brengen. Ivy zelf sliep op de bank, Roy in een leunstoel en Nevel en Ravijn op een deken op de grond.
Lange tijd lag Ravijn naar het donkere plafond te staren. Alles wat er gebeurd was, tolde door haar hoofd. De koning was gevonden. Hij was zijn geheugen nooit kwijt geweest. Maar nu zaten ze vast in deze wereld, met Toermalijn, die alles op alles zou zetten om de koning te vermoorden en zelf de troon op te eisen. Als het hem lukte, was hij tenslotte de rechtmatige troonsopvolger en zouden ze er niets aan kunnen veranderen.
Ivy moest leren fysiek te reizen, maar wie kon haar dat leren? Geen van de anderen kon het. Was het wel te leren?
Plotseling hoorde ze een geluid.
Toen Ravijn opkeek, zag ze Nevel om zich heen kijken en wegsluipen.
Ravijn voelde haar hartslag versnellen. Zo stil ze kon stond ze op en sloop ze achter de vrouw aan.
Ivy’s slaapkamer lag boven. Ravijn zag Nevels voeten op de treden en sloop ook de trap op. Ze maakte zich plat toen Nevel achterom keek.
Even bleef Ravijn liggen. Toen ze een zacht geluid hoorde, tilde ze haar hoofd op.
Nevel ging de slaapkamer in.
In een paar sprongen stond Ravijn boven aan de trap en ze gooide deur open van de slaapkamer waar koning Storm-Wolf in bed lag.
‘Nee!’ schreeuwde ze toen ze zag dat de roodblonde vrouw een enorm mes hief.
Ravijn sprong vooruit, maar kon niet voorkomen dat Nevel het mes in het lichaam van de slapende koning stootte.