Ravijn: hoofdstuk 17 - einde?

Ravijn zat tegenover koning Storm-Wolf aan de lange tafel in de eetzaal, naast Ivy en Roy. Op de tafel lagen boeien, die met kettingen aan elkaar vast zaten.

‘Dit zijn wereldboeien,’ vertelde koning Storm-Wolf. ‘Als iemand er ook maar een om een enkel of pols heeft, kan hij niet meer van de ene naar de andere wereld reizen. Hij kan hem niet zelf afdoen, maar elke ander wel.’

‘Hoe werkt dat?’ vroeg Roy nieuwsgierig.

‘Magie,’ verklaarde de koning. ‘De vraag is nu hoe we ze bij Toermalijn om krijgen.’

‘Wat zou hij gaan doen?’ vroeg Ravijn. ‘Toermalijn is listig. Zou hij zich ergens verstoppen in de hoop dat alles vanzelf overwaait of met een smoes naar het kasteel komen om zijn positie terug te krijgen?’

‘Ik denk dat laatste,’ antwoordde koning Storm-Wolf nadenkend. ‘Hem kennende verwacht ik dat hij om genade komt smeken zodat hij me onopgemerkt alsnog kan vermoorden.’ Hij keek naar Ivy en Roy uit de andere wereld. ‘En waarschijnlijk zal hij ervoor zorgen dat een van jullie de schuld krijgt.’

Ivy en Roy keken elkaar aan.

‘Wat moeten we doen?’ vroeg Roy.

De koning glimlachte. ‘Ik denk dat ik wel een idee heb.

 

‘Hij komt eraan,’ meldde Saffier-Stoom, die net binnen kwam.

Ravijn voelde de zenuwen toeslaan. Ze wist wat ze moest doen, maar zou de slinkse Toermalijn erin trappen?

‘Oom Storm,’ zei de roodharige neef van de koning, die met tranen in zijn ogen de eetzaal in liep. Hij liep naar de koning toe. ‘Kunt u het mij ooit vergeven?’

‘Wil je beweren dat je spijt hebt?’ vroeg de koning bars. ‘Daar geloof ik niets van. Gisteren nog wilde je mij en mijn vrienden vermoorden.’

‘Ik wist niet beter,’ snikte Toermalijn. ‘Ik was verblind door jalousie. Toen u verdween, besefte ik ineens waar ik mee bezig was.’

‘Onzin!’ riep koning Storm-Wolf. Hij schudde zijn hoofd en zwaaide met zijn hand. ‘Arresteer deze man.’

‘Wacht!’ zei Ravijn. ‘Met alle respect, koning Storm-Wolf, maar moeten we niet even luisteren naar wat uw neef te vertellen heeft? Het is tenslotte familie. Verdient hij geen tweede kans?’

‘Nee,’ zei de koning. Hij sloeg zijn armen over elkaar. ‘Hij is een moordenaar en een samenzweerder tegen mij. In de gevangenis met hem.’

‘Ach, oom Storm,’ smeekte Toermalijn, ‘geeft u me toch nog een kans. Ik garandeer u dat ik aan uw kant sta. Vanaf nu zal ik tevreden zijn met mijn plek, onder uw leiding.’

‘Geef hem nog een kans,’ pleitte Ravijn. ‘Laat hem vanavond naar het feestmaal komen, dan kunnen we verder praten.’

De koning schudde nors zijn hoofd en hield zijn armen strak over elkaar, maar toen zuchtte hij diep. ‘Nou, goed dan,’ zei hij onwillig, ‘omdat je familie bent. Maar nog één misstap en je kunt de rest van je leven wegrotten in een cel.’

Een klein glimlachje verscheen op Toermalijns gezicht, gevolgd door een opgeluchte brede grijns. ‘Dank u wel, mijn koning.’ Hij liet zich op een knie zakken en legde zijn rechterhand op zijn linker schouder. ‘Dank u wel.’

‘Maak dat je wegkomt,’ beval de koning. ‘Vanavond kun je voor jezelf pleiten.’

‘Ik zal u niet teleurstellen, mijn koning.’ Toermalijn boog zijn hoofd even en stond toen weer op. ‘Ik zie u vanavond, oom Storm.’

Terwijl hij wegliep, keken Ravijn en de koning elkaar even aan. Koning Storm-Wolf knipoogde en Ravijn glimlachte.

 

Die avond lag Ravijn al lang voordat de gasten kwamen met de wereldboeien naast zich onder de tafel waaraan de koning zou dineren. Niemand mocht vermoeden dat ze er was, zeker Toermalijn niet.

Eindelijk hoorde ze voetstappen aankomen en ze herkende de stem van de roodharige neef van de koning, die nog steeds bezig was zijn oom ervan te overtuigen dat hij werkelijk spijt had van zijn misdaden en weer aan het hof wilde komen.

Koning Storm-Wolf luisterde sceptisch, zoals ze hadden afgesproken. Toermalijn zou namelijk nooit geloven dat zijn oom hem zomaar een tweede kans zou geven, dus hij deed alsof hij nog twijfelde.

Nu zag Ravijn voeten en benen onder het tafelkleed verschijnen. De gasten gingen zitten. Ze herkende de kleding van de koning en die van Roy, die links naast hem zat. Daarnaast zag ze de voeten van Ivy. En ja, daar, rechts van de koning, zag ze de voeten van Toermalijn verschijnen.

Nu moest ze wachten. Toermalijn moest opgaan in zijn eigen toneelstukje over de spijt die hij had en zijn wens om het weer goed te maken. Hopelijk werd hij genoeg afgeleid door zijn pogingen om de koning over te halen hem weer te verwelkomen zodat hij niet merkte dat Ravijn de boeien omdeed, in elk geval tot er een vastzat.

Ravijn haalde diep adem. Even wachten nog. Ze had maar één kans.

Toen Toermalijn een vurig pleidooi begon, schoof ze de boeien voorzichtig over de grond. Als hij het schrapen maar niet hoorde.

Langzaam bewoog ze een van de metalen bogen achter zijn enkel.

Op dat moment begon Toermalijn te schateren en stampte hij met zijn voet op de grond van het lachen. Snel trok Ravijn haar handen terug.

Toen Toermalijns voeten weer stil stonden, bewoog Ravijn de boeien nog eens naar zijn enkel. De ene helft achter zijn enkel. De andere ervoor. En toen…

Met een snelle beweging duwde ze de twee helften tegen elkaar en de magische kracht versmolt de twee tot een enkele cirkel.

Met een brul vloog Toermalijn overeind.

‘Bedrieger!’ riep hij naar zijn oom terwijl hij naar zijn enkel greep. De magische kracht hield de boei echter op zijn plaats en er kwamen soldaten aan, die Toermalijn vastpakten en de andere drie boeien om zijn enkel en polsen vastmaakten.

Schreeuwend en scheldend werd Toermalijn afgevoerd naar de gevangenis.

 

De volgende morgen nam Ravijn onwillig afscheid van Ivy en Roy.

Koning Storm-Wolf had het hele Hof verteld wat er in de andere wereld gebeurd was, over Ivy’s boeken en hoe ze hem en Ravijn had gered door net op tijd met hen naar deze wereld terug te komen. Een lid van het Hof had gemeld dat ook Nevel in deze wereld gezien was, maar ze was verdwenen voordat iemand iets kon doen.

Nu stonden Ravijn, Ivy en Roy op de binnenplaats van het kasteel en geen van de drie wist iets te zeggen.

‘Ik weet niet eens of het gaat lukken,’ zei Ivy zacht.

‘Het is je eerder gelukt,’ zei Ravijn. ‘Probeer het maar gewoon. In het ergste geval lukt het niet en blijf je gewoon hier.’ Ze glimlachte en was even stil. ‘Kom nog eens terug,’ zei ze toen maar. ‘Misschien kan ik je vertellen wat ik allemaal heb meegemaakt.’

Er verscheen een brede glimlach op Ivy’s gezicht. ‘Dan schrijf ik daar een boek over.’

Ravijn knikte en keek naar Roy. ‘En jij moet ook nog eens mee komen,’ zei ze.

‘Dat zal ik zeker doen, lieverd.’

Het werd weer stil.

‘Nou… ga dan maar,’ zei Ravijn ongemakkelijk. ‘Ik… nou ja… ik zie jullie wel weer een keertje.’

Geen van de drie wilde afscheid nemen, maar Ivy en Roy hadden hun verantwoordelijkheden in de andere wereld en Ravijn had haar eigen avonturen te beleven. Ze zou sowieso op zoek moeten naar Nevel, die vast geen goede plannen had nu haar baas in de gevangenis zat.

Ravijn omhelsde Ivy en toen Roy, en stapte toen achteruit.

Ivy veegde een paar tranen van haar wang en pakte toen de arm van de ook snikkende Roy vast.

‘Tot ziens, Ravijn.’

Ravijn slikte en zwaaide.

Een klein wolkje witte mist verscheen bij de voeten van de twee mensen uit de andere wereld en Ravijn glimlachte. Dat had ze eerder gezien. De mist trok omhoog tot Ivy en Roy aan het oog onttrokken waren.

Ravijn bleef kijken tot alle mist was opgetrokken en ze zag dat Ivy en Roy verdwenen waren.

‘Veel geluk,’ wenste ze de twee zachtjes toe, ‘in de andere wereld.’

EINDE

Het verhaal van Ravijn is natuurlijk nog niet afgelopen en jullie zullen zeker meer van haar horen, maar voor nu is dit even het einde.

Bedankt voor het lezen en tot het volgende avontuur!