Ravijn: hoofdstuk 13 - aanval
‘Nee!’ schreeuwde Ravijn.
Nevel trok het mes los uit het lichaam van de koning en stak het uit naar Ravijn. ‘Kom niet dichterbij. Blijf waar je bent.’
Ravijn stak haar handen op en deed een stap achteruit.
‘Wat is er gebeurd?’ klonk de stem van Roy, die met Ivy achter zich aan de trap op kwam rennen.
Ravijn wierp een korte blik over haar schouder maar keek snel weer naar de kleine, roodblonde vrouw die tegenover haar stond. Ivy had dus toch gelijk gehad toen ze Nevel niet vertrouwde. ‘Hij is dood,’ zei ze zacht.
‘Wat?’ Roy en Ivy kwamen achter haar staan en Ivy gaf een gilletje toen ze het lange mes in Nevels hand zag.
‘Blijf achter me,’ zei Ravijn terwijl ze langzaam achteruit liep.
Nevel begon te lachen. ‘O, wat ben je toch dapper,’ spotte ze. ‘Je kunt er toch niets meer aan veranderen. Koning Storm-Wolf is dood en Toermalijn wordt koning, want hij is de rechtmatige troonsopvolger. Om dat te bewijzen, heb ik alleen nog even het Kroonjuweel nodig.’
‘Ik had het moeten weten,’ zei Ravijn. ‘Je bent de kleindochter van Toermalijns magiër, Elixer.’
Navel kwam een stap dichterbij. ‘Precies. Net als mijn opa ben ik trouw aan Toermalijn en zal ik er alles aan doen om hem het koningschap te bezorgen. Geef me nu het Kroonjuweel, anders gaan jullie er alle drie aan.’ Ze keek naar het bed en fronste.
Op dat moment sprong er iemand achter de deur vandaan. Hij greep de armen van de geschrokken Nevel vast en trok ze achter haar rug. Met een gil liet ze het mes uit haar handen vallen.
‘Koning Storm-Wolf!’ riep Ravijn opgetogen toen ze de lange vuurrode haren herkende. ‘Hoe..? Wat…? Wie…?’
De koning zette zijn voet op Nevels mes en gaf haar een enorme zet richting de deur, waar Ravijn, Roy en Ivy snel opzij sprongen. ‘Wegwezen jij,’ beval hij. ‘Zeg maar tegen Toermalijn dat de troon van mij is, en van niemand anders.’
Nevel maakte dat ze weg kwam en Ravijn, Ivy, Roy en Storm-Wolf volgden haar de trap af.
‘Hoe wist u dat ze u wilde vermoorden?’ vroeg Ravijn aan koning Storm-Wolf toen Nevel de voordeur achter zich had dichtgetrokken.
‘Ik wist zeker dat de kleindochter van Elixer-Kristal niet te vertrouwen kon zijn,’ vertelde de koning. ‘Bovendien zag ik dat ze een wapen bij zich had. Daarom heb ik kussens in mijn bed gelegd en ben ik achter de deur gaan staan wachten. Ik wilde zeker weten of ze te vertrouwen is… nou, dat weet ik nu.’
‘U moet hier weg,’ zei Roy. ‘U moet zo snel mogelijk terug naar uw eigen wereld.’
De koning knikte en alle ogen richtten zich op Ivy. Ivy was een inter. Ze wist alleen niet hoe ze fysiek naar de andere wereld moest reizen.
De arme blonde schrijver schudde haar hoofd en zuchtte diep. ‘Ik kan het niet, meneer de koning,’ zei ze zacht. ‘Ik heb het net nog geprobeerd. Ik kan de andere wereld voor me zien, maar ik kan niet lichamelijk naar die wereld toe.’
‘Ik begrijp het,’ zei de koning vriendelijk. ‘Niemand kan je uitleggen hoe het moet. Blijf het proberen, want je bent mijn enige hoop.’
‘En die van mij,’ voegde Ravijn eraan toe.
Roy sloeg een arm om haar heen en zei met een grijns: ‘En die van mij, als ik Ravijns dubbelzielige broer wil ontmoeten.’
Nu moest Ivy ook lachen. ‘Roy…’
‘Ik weet eigenlijk niet hoe de Hogere Macht erop reageert als mensen uit twee verschillende werelden met elkaar willen trouwen,’ zei koning Storm-Wolf nadenkend.
‘De Hogere Macht?’ vroeg Roy.
‘Ja. Kennen jullie die niet?’
Daar moest Roy blijkbaar even over nadenken.
‘De meningen zijn verdeeld,’ zei hij uiteindelijk. ‘Er zijn wel mensen die in een Hogere Macht geloven, maar anderen geloven dat weer niet. Mensen hebben ook verschillende ideeën over welke God of Goden er bestaan.’
Wat een merkwaardige wereld was dit toch, bedacht Ravijn.
‘De Hogere Macht moet een huwelijk goedkeuren,’ vertelde ze. ‘Dan pas ben je getrouwd. Hoe gaat dat hier dan?’
Tot haar verbazing vertelde Roy dat mensen in deze wereld geen toestemming vroegen aan de Hogere Macht, en dat veel mensen die er niet eens bij betrokken. Het huwelijk was voor een deel van de mensen blijkbaar niet meer dan een administratieve formaliteit of een reden voor een feest.
‘Hoe ziet de Hogere Macht eruit?’ vroeg Roy nieuwsgierig.
Ravijn stak haar handen op. ‘Dat weet ik niet,’ zei ze. ‘Ik denk niet dat iemand de Hogere Macht echt kan zien, maar dat zou je de monniken moeten vragen.’
‘Hoe weet je dan of je huwelijk is goedgekeurd?’ vroeg Ivy, die een pen en een schrijfblok uit een la haalde.
‘Je gaat samen naar een klooster, waar de monniken je een boodschap van de Hogere Macht geven. Als de Hogere Macht instemt, ben je getrouwd en worden er later kinderen gebracht.’
Ivy begon te schrijven en Ravijn glimlachte.
‘Je bent een schrijver of je bent geen schrijver,’ merkte Roy op.
‘Ik geloof niet dat er veel geslapen gaat worden,’ zei koning Storm-Wolf met een zucht.
‘Gaat u maar slapen,’ zei Ravijn. Ze ging naast Ivy op de bank zitten. ‘En jij ook, Roy. Ivy en ik blijven wakker om te waken.’
Koning Storm-Wolf knikte instemmend. ‘Dan nemen de mannen de tweede helft van de nacht.’
Roy zette zijn stoerste gezicht op en liet zijn spierballen zien.
Nadat de mannen waren gaan slapen, vroeg Ivy Ravijn nog meer over de Hogere Macht te vertellen. Daarom vertelde Ravijn over de kloosters die op verschillende plekken in het Goudland lagen, waar monniken contact hielden met de Hogere Macht. Een van hun taken was het regelen van huwelijken, maar ze hadden veel meer verschillende taken.
‘Het hangt allemaal van de Hogere Macht af,’ vertelde Ravijn. ‘Als die beslist dat er iets moet gebeuren, kan die monniken op pad sturen.’
‘Wat voor dingen zijn dat dan?’
‘De monniken kunnen iemand helpen of bijvoorbeeld een complot saboteren. Bestaan er in deze wereld geen monniken?’
‘Jawel,’ antwoordde Ivy, ‘en soms gaan die ook wel ergens naartoe om mensen te helpen ofzo. Het hangt er allemaal van af naar welk geloof je kijkt.’
Welk geloof?
‘Er is toch maar één Hogere Macht?’
‘Nou, daar zijn de mensen het in deze wereld niet helemaal over eens,’ vertelde Ivy.
Wat vreemd.
Terwijl Ivy nog meer vertelde over de verschillende geloven in deze wereld, hoorde Ravijn plotseling een geluid boven. Ze stak een hand op.
‘Wat is er?’ vroeg Ivy zacht.
Ravijn keek om zich heen om te zien waar het geluid vandaan kwam. ‘Ergens boven,’ fluisterde ze. Zou Nevel terug zijn?
Ravijn pakte haar zwaard en sloop voor Ivy uit de trap op. Daar, in de donkere gang, hoorden ze weer geschuifel boven zich. Ravijn keek naar het plafond. ‘Wat is hier boven?’ vroeg ze.
‘Het dak,’ antwoordde Ivy. ‘Ik heb geen bovenburen.’
‘Kan iemand vanaf het dak naar binnen?’ vroeg Ravijn.
‘Nee,’ fluisterde Ivy met haar blik nog steeds omhoog. ‘Er zit een grendel op het dakluik.’ Ze wees naar een deur. ‘Daarachter ligt de trap naar het dak.’
Ravijn tuurde in het donker door de gang. Gelukkig kwam er wat licht uit een klein raampje in het dak, anders had ze helemaal niets kunnen zien. Ze gebaarde Ivy achter haar te blijven en sloop in de richting van de deur.
Krakend ging de deur een klein stukje open. Ravijn hoorde Ivy’s adem stokken. Ze gebaarde de blonde schrijver zo dicht mogelijk tegen de muur te gaan staan en sloop nog een paar passen dichterbij, klaar om degene die door de deur kwam aan te vallen. Maar wie zou het zijn? Nevel? Toermalijn?
Toen de deur verder openging, herkende ze zelfs in het halfdonker de lange lokken en vlechten van Toermalijn. Achter hem liep de bewaker die ze eerder bij zijn schuilplaats gezien hadden.
‘Licht,’ fluisterde Ravijn tegen Ivy in de hoop dat er een knop zat waardoor het licht door het soort magie dat ‘elektriciteit’ heette, aan zou gaan.
Dat was zo, want Toermalijn, die het niet verwachtte, werd verblind door het felle licht dat de gang plotseling overstroomde. Ook zijn handlanger kon even niets zien.
Ravijn maakte daar gebruik van en sprong met haar zwaard in haar hand op de twee mannen af.
Toermalijn herstelde zich echter te snel en wist haar zwaard weg te slaan met zijn eigen wapen.
Ravijn trapte naar Toermalijns handlanger om te voorkomen dat hij bij koning Storm-Wolf of een van de anderen zou komen. De man sprong op haar af en ze stootte vooruit met haar zwaard, dat zijn doel raakte. Met een kreun zakte de man in elkaar.
Ondertussen hief Toermalijn zijn wapen om Ravijn aan te vallen, dus ze trapte hem in zijn onbeschermde maag. Met een schreeuw greep Toermalijn naar zijn buik en hij viel op zijn knieën.
Ravijn aarzelde. Kon ze de neef van de koning wel vermoorden terwijl hij op zijn knieën op de grond zat?
Met een grijns keek Toermalijn op. ‘Je kunt het niet, hè?’ vroeg hij spottend. ‘Ik ben de neef van de koning. Ik ben zijn opvolger. Je kunt me niet doden.’
Boem!
Het boek dat met een klap op Toermalijns hoofd landde, leek uit het niets te komen.
Verbaasd keek Ravijn op. Daar, achter Toermalijn, stond Ivy met een dik boek in haar handen. Ze leek zelf verbaasd over haar actie.
‘De pen is machtiger dan het zwaard,’ merkte Roy, die ook de trap op was gekomen, nuchter op.
Toermalijn greep naar zijn hoofd en probeerde, duizelig, overeind te komen.
‘Ga,’ beval Ravijn hem. ‘Ga weg en kom nooit meer terug.’
De roodharige man zwalkte de trap af en volgde de weg die Nevel eerder die nacht was gegaan.
Toen Ravijn de deur achter hem had dichtgesmeten, liep ze weer naar boven.
‘Het dakluik was open,’ vertelde Ivy toen ze Ravijn zag. ‘Ik denk dat Nevel dat heeft gedaan toen wij naar de Zonnestraal waren.’
‘Het was te makkelijk. We zijn onzorgvuldig geweest.’ Koning Storm-Wolf schudde zijn hoofd. Hij gaf een schop tegen het lichaam op de grond. ‘Wat doen we daarmee? We kunnen hem hier moeilijk laten liggen.’
‘Een lijk uit een andere wereld…’ Roy trok een rimpel in zijn voorhoofd. ‘Wat moet de politie daarvan zeggen? Ik denk niet dat ze ons geloven.’
‘Ze zullen ons allemaal natrekken,’ zei koning Storm-Wolf knikkend. ‘En dan zitten we straks alle vier in de Zonnestraal.’
‘Of in de bajes,’ voegde Roy eraan toe.
Daar stonden ze dan, in een donkere gang, om een lijk heen van een man uit een andere wereld.
Wat nu?