Ravijn: hoofdstuk 16 - fantasie?
De dikke, witte mist maakte het Ravijn onmogelijk Toermalijn en de huurlingen nog te zien. Het werd dikker en dikker tot Ravijn er duizelig van werd. Toen werd het doodstil.
Even gebeurde er niets.
Er schoten geen pijlen meer op hen af.
Toermalijns handlangers bereikten hen niet.
Uiteindelijk begon de mist op te trekken.
De nacht was donkerder geworden. De straatlantaarns waren verdwenen. In plaats daarvan brandde hier en daar een olielamp aan een gevel. Ravijn stond naast een hoge, witte muur en verderop zag ze een poort. Onder haar voeten voelde ze ongelijke stenen.
Ravijn hoorde Ivy’s adem stokken. De schrijver keek ademloos om zich heen, haar ogen en mond wijd open. Roy had zijn handen voor zijn mond geslagen en kon geen woord uitbrengen.
Ze waren niet meer in Rotterdam.
De witte muur stond om het kasteel heen in…
‘De Koningsstad!’ riep koning Storm-Wolf uit. ‘Ravijn, we zijn thuis.’
Ravijn kon haar gevoel niet beschrijven. Een paar seconden geleden leek haar laatste uur geslagen te hebben en plotseling was ze weer thuis!
‘Ivy, het is je gelukt,’ zei ze, maar Ivy leek haar niet te horen. Ze keek verwonderd om zich heen terwijl ze naar de poort liep. Daar stak ze aarzelend een hand uit, alsof ze bang was dat haar zeepbel van fantasie uiteen zou spatten als ze de witte stenen zou aanraken. Na een paar seconden raakte ze met haar vingertoppen heel voorzichtig de muur van het kasteel aan.
‘Het is echt, Ivy,’ zei Roy zacht.
In het licht van de olielamp aan de kasteelmuur zag Ravijn Ivy’s ogen glimmen van de tranen.
‘Het is echt,’ fluisterde de blonde vrouw. ‘Mijn fantasie… Het is geen fantasie… Het is echt.’
Koning Storm-Wolf liep naar haar toe en legde zijn handen op haar schouders. ‘En jij hebt ons teruggebracht,’ zei hij. ‘Hoe kan ik je ooit bedanken?’
Ze glimlachte ongemakkelijk. ‘Nou… door me te vertellen hoe ik ooit weer terugkom in mijn eigen wereld.’
‘Dat komt vast wel goed,’ zei de koning. ‘Kom, dan gaan we wat mensen wakker maken.’
Koning Storm-Wolf nam Ravijn, Ivy en Roy mee het kasteel in, waar de leden van het Hof maar al te graag hun bed uit kwamen om hun koning te verwelkomen.
‘Koning Storm-Wolf,’ riep een oude, dikke, kale man uit toen hij de laatste knopen van zijn tuniek nog vastmakend binnen kwam hollen. ‘Een bode maakte me wakker en zei dat u terug was. Ik wilde het niet geloven, maar u bent er echt!’
‘Dat is Saffier-Stoom,’ fluisterde Ivy.
‘Ik herken hem uit je boeken,’ fluisterde Roy terug.
‘Hoe bizar is dit.’ Ivy keek stralend om zich heen in het kasteel waar ze niet eerder geweest was, maar dat ze zo goed kende uit wat ze dacht dat haar fantasie was geweest.
Koning Storm-Wolf vertelde Saffier-Stoom, het hoofd van het Hof, wat Toermalijn had gedaan en de oude man schudde zijn hoofd.
‘Dus Toermalijn is een inter,’ zei de oude man. ‘Dat heeft hij altijd geheim gehouden. Hij was al erg enthousiast om de troon over te nemen. Het spijt me om het te zeggen over uw neef, koning Storm-Wolf, maar die man zou niet vrij rond moeten lopen.’
‘Ik weet het, Toermalijn is een listige slang,’ zei de koning. ‘Het zal niet makkelijk worden hem te pakken te krijgen.’
‘Misschien moeten we eerst de nacht afmaken,’ stelde Saffier-Stoom voor. ‘Ik zal soldaten regelen om u alle vier te bewaken.’
Er werden snel kamers in orde gemaakt en de reizigers maakten dankbaar gebruik van de mogelijkheid om nog een paar uur te slapen.
Te snel kwam de zon weer op en Ravijn sleepte zichzelf uit bed.
Na een snel ontbijt vroeg Ivy of ze de stad konden bekijken. Ravijn stemde in. Ze kon niet wachten tot ze haar ouders en broers kon vertellen wat haar overkomen was.
Stralend leidde Ivy Ravijn en Roy door de stad.
‘Hier is de smid. Daar is de herberg. O, en daar is de markt!’ Ivy’s ogen schitterden als sterren toen ze omkeek en de anderen gebaarde mee te lopen.
‘En ik maar denken dat ik jullie zou rondleiden,’ zei Ravijn met een lachje.
‘Ik herken alles uit Ivy’s boeken,’ vertelde Roy, die vooral verwonderd om zich heen keek. ‘Het is toch niet te geloven dat ze hier in gedachten echt is geweest.’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Schat, ik ben zo bang om wakker te worden en te zien dat dit allemaal maar een droom was.’
‘Dan hebben we wel allemaal dezelfde droom,’ zei Ravijn. Op dat moment zag ze de kraam van haar vader, waarachter twee jonge mannen stonden. ‘Kijk, daar zijn Arend en Mist, mijn broers.’
Roy keek naar de twee mannen en toen weer naar Ravijn. ‘Dat had ik nou nooit kunnen raden,’ grapte hij. ‘Ze lijken precies op je.’
‘Je bent niet de eerste die dat zegt.’ Het was waar, Arend en Mist hadden hetzelfde lange, smalle postuur en dezelfde lange, zwarte haren. Een verschil was dat Arend zijn haar zoals bijna altijd in een vlecht op zijn rug droeg en Mist verschillende kleine vlechten in zijn verder loshangende haar had, waar gekleurde kralen in gevlochten zaten, net als bij Toermalijn, maar dan zonder het geheugen van andere mensen erin. De kralen stonden voor belangrijke gebeurtenissen uit zijn leven, mensen die hij had ontmoet en plekken die hij had bezocht. Het was een oude traditie die hij als enige van de drie voortzette.
‘Ravijn!’ riep Arend toen hij haar zag, en hij kwam achter de kraam vandaan op haar af rennen. Nadat hij haar had omhelsd, vroeg hij: ‘Wie zijn dit en waarom zien ze er zo raar uit?’
Ravijn keek verbaasd naar Ivy en Roy en besefte nu pas dat ze in korte tijd gewend was geraakt aan hun aparte kleding. Ze vertelde in het kort over haar bijzondere avontuur in een andere wereld.
Mist omhelsde zijn zus innig en keek toen naar Ivy, in wat ze in de andere wereld om de een of andere reden een ‘spijkerbroek’ noemden en een roze tuniek die ‘T-shirt’ werd genoemd. Daarna richtte hij zijn blik op Roy, die een glimmend blauw ‘trainingspak’ aan had.
‘Apart, maar toch mooi,’ zei Mist knikkend.
‘Bedoel je mij of mijn kleding?’ grapte Roy, wat hem een vriendschappelijke zet van Mist opleverde.
‘Hoe lang blijven ze?’ vroeg Mist toen.
‘Geen idee,’ antwoordde Ravijn. ‘Toermalijn weet dat ze weten wat hij gedaan heeft, dus ik vrees dat hun leven in gevaar is tot we hem te pakken hebben. Tot die tijd zullen ze wel moeten blijven.’
‘Hoe ga je Toermalijn vastzetten als hij een inter is en dus naar de andere wereld terug kan reizen?’ vroeg Arend.
‘Dat is een goede vraag,’ zei Ravijn met een zucht. ‘Ik geloof dat Saffier-Stoom wel een idee had, maar ik wilde jullie eerst zien en mijn gasten rondleiden in een stukje van mijn wereld.’
Op dat moment kwam er een bode van het Hof aanlopen.
‘Ravijn?’
‘Ja, dat ben ik.’
‘U wordt verzocht terug te keren naar het kasteel,’ vertelde de bode. ‘Koning Storm-Wolf heeft een plan.’